Het Beslissende Kwartier De kernramp van Tsjernobyl Historisch moment: 26 april 1986 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/de-kernramp-van-tsjernobyl.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Pripjat, zesentwintig april negentienzesentachtig. Het is tien over één 's nachts. In de controlekamer van reactor 4 van de V.I. Lenin Kerncentrale van Tsjernobyl staan drie mannen voor een bord vol meetklokken, knoppen en schakelaars. Het is stil, op het zoemen van de ventilatoren na. De nachtploeg is aan het werk. Het lampenpaneel boven hun hoofden brandt rood en geel. Het vermogen van de reactor is net gestabiliseerd op tweehonderd megawatt. Dat is laag. Veel te laag voor de test die ze geacht worden uit te voeren. In de testprocedure staat: zevenhonderd megawatt. Maar daarboven staat de plaatsvervangend hoofdingenieur, Anatoli Djatlof, en hij zegt: we gaan door. Vijftien minuten later ligt reactor 4 open. De 200.000 ton zware betonnen constructie is verwoest. Brandend grafiet ligt op het dak. En uit de kern stijgt een zuil van radioactief materiaal recht de nachtlucht in. Dit is Het Beslissende Kwartier. De kernramp van Tsjernobyl. De kerncentrale van Tsjernobyl is in negentienzesentachtig een van de grootste van de Sovjet-Unie. Vier reactoren in bedrijf, twee in aanbouw. Het plan is om er uiteindelijk twaalf te hebben — de grootste kerncentrale ter wereld. Het reactortype is RBMK. Een Sovjet-ontwerp. Groot, krachtig, en goedkoop te bouwen. Grafiet als moderator, water als koelmiddel. De reactor is zo groot dat hij amper past in het gebouw: vierenveertig meter lang, twintig meter breed, duizenden brandstofkanalen. Naast de centrale ligt Pripjat. Een modelstad, gebouwd in negentienzeventig voor de werknemers. Negenenveertigduizend inwoners. Brede straten, parken, een pretpark dat volgende week, op één mei, zou openen. Een reuzenrad, kermisauto's. Het leven in Pripjat is goed. De lonen zijn hoger dan gemiddeld. De winkels zijn beter gevuld. Niemand praat over straling. Dat is iets voor elders. Maar de RBMK-reactor heeft een geheim. Een ontwerpfout. Een die zo gevaarlijk is dat de staat hem geheimhoudt — zelfs voor de mensen die de reactor bedienen. Onder bepaalde omstandigheden kunnen de controlestaven, wanneer ze naar beneden worden gelaten om de reactie te stoppen, het vermogen juist laten toenemen. Korte tijd. Maar genoeg. De test die op zesentwintig april wordt uitgevoerd, is een veiligheidstest. Ironisch genoeg. Het doel: testen of de turbogenerator nog genoeg elektriciteit kan leveren om de koelpompen draaiende te houden als de stroom uitvalt. Veertig tot zestig seconden, de tijd die de nood-dieselgeneratoren nodig hebben om op te starten. De test was oorspronkelijk gepland voor de dagploeg op vijfentwintig april. Maar in de middag belt de energieleiding van Kiev: er is meer stroom nodig. De test wordt uitgesteld. Het noodkoelsysteem blijft uitgeschakeld — de operators weten dat ze de test nog moeten afronden voor de onderhoudsbeurt begint. Uren gaan voorbij. De dagploeg gaat naar huis. De avondploeg neemt over. Om elf uur 's avonds komt het groene licht uit Kiev: de test mag door. Dan komt de nachtploeg binnen. Zij zijn hier niet op voorbereid. In hun instructieboek staat: test wordt uitgevoerd door de dagploeg. Maar de dagploeg is weg. En dus staat Leonid Toptunof, vijfentwintig jaar oud, achter de controletafel. Hij werkt sinds maart negentiendrieentachtig in Tsjernobyl. Hij heeft slechts twee maanden ervaring met zelfstandig bedienen van de reactor. Dit is zijn eerste uitschakeling als operator. Drie mannen in de controlekamer. Drie levenslijnen die hier, nu, samenkomen. Anatoli Djatlof, vijfenvijftig jaar. Adjunct-hoofdingenieur. Hij is een ervaren man. Hij heeft in Komsomolsk kernreactoren gebouwd voor onderzeeboten. Hij heeft tien jaar in Pripjat gewerkt. Hij liep eerder, op een scheepswerf, al een stralingsdosis van tweehonderd rem op. Hij gelooft in de reactor. Hij gelooft in de procedure. En vannacht gelooft hij dat de test gewoon moet worden afgerond. Aleksandr Akimof, tweeëndertig jaar. Ploegchef van reactor 4. Afgestudeerd aan het Moskouse Energie-instituut. Sinds negentiennegenenzeventig in Tsjernobyl. Hij wordt over veertien dagen drieëndertig. Zijn beste vriend op de centrale is Toptunof. Leonid Toptunof, vijfentwintig jaar. Hij komt uit een klein dorp in de Oekraïense oblast Soemi. Zijn vader werkte aan het Sovjet-ruimteprogramma. Hij is pas drie jaar ingenieur. Tijdens zijn opleiding vertelde hij zijn vriend Sasja Korol iets opvallends: hij had in de reactordocumentatie gelezen dat de controlestaven, onder bepaalde omstandigheden, de reactie juist kunnen versnellen in plaats van vertragen. Hij vond het vreemd. Hij heeft het nooit vergeten. Vannacht staat hij voor het paneel waar hij die staven bedient. Een uur negentien. Het vermogen van de reactor is veel te laag. Xenon heeft zich opgehoopt in de kern — een natuurlijk bijproduct dat de kettingreactie remt. De normale procedure zou zijn: de reactor uitschakelen, wachten tot het xenon is vervallen. Dat duurt drie dagen. Drie dagen kan Djatlof zich niet veroorloven. De onderhoudsbeurt begint morgenochtend. De test móet nu gebeuren. Om het vermogen omhoog te krijgen laat Toptunof steeds meer controlestaven naar boven gaan. Negentien blijven er in de kern. Dan achttien. Dan minder. Het protocol eist dat er minimaal vijftien in de kern blijven. In de kern zijn er uiteindelijk minder dan acht. Een uur eenentwintig veertig: het waterdebiet naar de kern wordt verminderd. Minder water betekent meer stoom. Meer stoom betekent meer vermogen. Een uur tweeëntwintig tien: de stoomvorming komt weer op gang. Het vermogen stijgt. De mannen in de controlekamer denken dat ze de situatie onder controle hebben. Een uur drieëntwintig vier: de test begint officieel. Ploegchef Akimof geeft het startsein. Op dezelfde seconde begint het vermogen van de reactor ongewoon snel te stijgen. Een uur drieëntwintig veertig: Akimof roept de instructie. Druk de aa-zet-vijf. De noodstopknop. Toptunof drukt. Tweehonderdachtendertig controlestaven beginnen naar beneden te vallen. En dan gebeurt wat Toptunof ooit had gelezen en niemand wilde geloven. De grafieten uiteinden van de staven duwen, in de eerste seconden van hun val, de reactie omhoog in plaats van omlaag. Het vermogen schiet omhoog. Dertig gigawatt. Tien keer de normale waarde. Binnen vijf seconden. Een uur drieëntwintig achtenvijftig. Er klinkt een doffe dreun. Het duizend ton zware betonnen deksel van het reactorvat wordt van zijn plaats geblazen. Het tolt door de lucht, valt terug, staat verticaal in de kern. Kort erna volgt een tweede, grotere explosie. Het dak van het reactorgebouw wordt opengescheurd. Brandend grafiet vliegt honderden meters de nacht in. De kern ligt open. Uit het gat stijgt een pilaar van radioactief materiaal, blauw oplichtend. Het is een uur vierentwintig. Het kwartier is voorbij. In de controlekamer beven de meters. Er is geen stroom meer op veel systemen. Uit de plafonds valt stof. Djatlof weigert te geloven dat de reactor is ontploft. Hij geeft Akimof en Toptunof de opdracht om de regelstaven handmatig te laten zakken. Een zinloze opdracht. Die staven bestaan niet meer. Akimof en Toptunof lopen het reactorgebouw in om waterkleppen handmatig open te draaien. Ze willen de kern koelen. Ze weten niet dat er geen kern meer is om te koelen. De straling in de gangen is extreem — tot duizend röntgen per uur. In twintig minuten lopen ze dodelijke doses op. Om een uur achtentwintig 's nachts arriveren de eerste brandweerlieden bij het gebouw. Drie ploegen, zevenentwintig mannen. Zij hebben geen dosismeters. Ze weten niet dat het grafiet dat ze met hun laarzen opzij schoppen, radioactiever is dan alles wat een mens moet raken. Een van hen, Vasili Ignatenko, eenentwintig jaar oud, zal twee weken later overlijden in een Moskous ziekenhuis. Om drie uur 's nachts belt Bryukhanof, de directeur, vanuit zijn bunker de autoriteiten in Moskou. Hij zegt: de situatie is onder controle. Hij gelooft dat zelf. Hij kan het niet vatten dat een reactor gewoon uit elkaar ligt. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: vijftien minuten at doorzetters punt net. In Pripjat slaapt niemand. Niemand weet wat er speelt. Vrouwen, kinderen, ouderen — negenenveertigduizend mensen, een paar kilometer van reactor 4 vandaan. De hemel boven de centrale gloeit blauw. Sommige mensen gaan naar het spoorviaduct om te kijken. Het wordt later "de brug van de dood" genoemd. Op zondag zesentwintig april leven de inwoners hun normale leven. De winkels zijn open. De kinderen spelen buiten. De eerste-mei-parade wordt voorbereid. Pas ruim zesendertig uur na de explosie, op zondagmiddag, begint de evacuatie. De bussen rijden de stad in. Bewoners krijgen te horen: neem genoeg mee voor drie dagen. We zijn gauw terug. Ze zijn nooit teruggekomen. De eerste officiële mededeling van de Sovjet-Unie komt pas op negenentwintig april. Drie dagen na de explosie. En alleen omdat een kernfysicus bij de Forsmark-centrale in Zweden die ochtend radioactief materiaal vond op zijn eigen schoen — en vaststelde dat het niet uit Zweden kwam. Aleksandr Akimof sterft op tien mei negentienzesentachtig. Drieëndertig jaar oud. Vier dagen na wat zijn drieëndertigste verjaardag zou zijn geweest. Zijn laatste woorden, in het ziekenhuis: "Ik heb alles correct gedaan. Ik begrijp niet waarom het gebeurde." Leonid Toptunof sterft op veertien mei negentienzesentachtig. Vijfentwintig jaar oud. Hij wordt in een loden kist begraven op de Mitinskoje-begraafplaats in Moskou. Zijn graf is naast dat van Akimof. De twee vrienden, opnieuw bij elkaar. Anatoli Djatlof overleeft. Hij krijgt een stralingsdosis van driehonderdnegentig rem — een dosis die in de helft van de gevallen dodelijk is. Hij wordt in negentienzevenentachtig veroordeeld tot tien jaar strafkolonie. In negentiennegentig krijgt hij amnestie wegens zijn gezondheid. Hij schrijft een boek waarin hij betoogt dat de ramp niet de schuld was van het personeel, maar van het reactorontwerp. Hij sterft op dertien december negentienvijfennegentig aan een hartinfarct. Een vermoedelijk gevolg van de stralingsziekte. Viktor Bryukhanof, de directeur, krijgt eveneens tien jaar. Vrij in negentieneenennegentig. Hij sterft in negentienduizendeenentwintig in Kiev, vijfentachtig jaar oud. Zijn laatste woorden in het openbaar, ruim dertig jaar na de ramp: dat het ontwerp van de reactor de hoofdoorzaak was. De wetenschapper Valeri Legasof, die namens de Sovjet-Unie verantwoording aflegt bij de Internationale Atoomenergie-Agentschap in Wenen, pleegt op zesentwintig april negentienachtentachtig zelfmoord. Precies twee jaar na de explosie. In zijn nagelaten opnames zegt hij: "Elke leugen die we vertellen, creëert een schuld aan de waarheid." Stel je voor dat de test een dag eerder was uitgevoerd, zoals gepland. Door de dagploeg. Onder andere omstandigheden. Dan had Djatlof er niet gestaan. Dan had Toptunof er niet gestaan. Dan hadden de controlestaven op een andere manier naar beneden gebracht kunnen worden — niet onder druk, niet met te weinig marge, niet met een xenonvergiftigde kern. Of stel je voor dat de grafieten uiteinden van de controlestaven, na de bijna-ramp in Ignalina in negentiendrieentachtig, waren vervangen. Het was bekend — bij de ontwerpers, bij de hoge partijtop. Niet bij de operators. Of stel je voor dat Pripjat eerder was geëvacueerd. Niet na zesendertig uur, maar na zes. Maar zo ging het niet. Op zesentwintig april negentienzesentachtig, een paar seconden voor half twee 's nachts, explodeerde reactor 4. Dertig mensen stierven de eerste weken. Honderdvijfendertigduizend werden voorgoed uit hun huizen geëvacueerd. Een zone van dertig kilometer rond Pripjat werd verboden gebied — en is dat vandaag, veertig jaar later, nog steeds. Michail Gorbatsjof zei in tweeduizendzes: "Tsjernobyl was misschien wel de ware oorzaak van de ineenstorting van de Sovjet-Unie." Hij bedoelde: de leugen na de explosie legde bloot dat het systeem van geheimhouding, de partij, de hele structuur, niet meer te vertrouwen was. De glasnost die erop volgde was geen cadeau van de leiders. Het was een noodzaak. Sommige kwartieren veranderen een stad. Sommige kwartieren veranderen een land. Dit kwartier — vijftien minuten in een controlekamer vol rode lampen, stoom en paniek — veranderde de lucht die miljoenen Europeanen inademden, de grond waarop een generatie zou opgroeien, en uiteindelijk de grenzen van een imperium. Vond je deze aflevering de moeite waard? Like, abonneer en deel de podcast. Je vindt ons op alle podcastplatformen. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.