Het Beslissende Kwartier De klik die de wereld verbond Historisch moment: 4 februari 2004 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/de-klik-die-de-wereld-verbond.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Cambridge, Massachusetts. Vier februari tweeduizendvier. Het is avond, het exacte tijdstip onbekend. Buiten vriest het. De wind jaagt over Harvard Yard, blaast sneeuwvlokken tegen de rode bakstenen muren van Kirkland House. In de gangen van de studentenflat klinkt het gedempte geluid van muziek, van stemmen, van toetsenborden. Het is een doordeweekse avond in het voorjaarssemester. Studenten zitten gebogen over werkstukken, over studieboeken, over hun laptops. In Kirkland House, de studentenflat waar Zuckerberg woont, brandt licht. Mark Zuckerberg zit achter zijn computer. Hij is negentien jaar oud, tweedejaars aan Harvard College, en hij heeft zojuist de laatste regels code geschreven voor een project waar hij weken aan heeft gewerkt. Op zijn scherm staat een eenvoudige website. Blauwe balk bovenaan. Witte achtergrond. Een registratieformulier. De domeinnaam: thefacebook punt com. Zuckerberg leunt achterover. Haalt diep adem. En klikt op de knop die de website live zet. Dit is Het Beslissende Kwartier. Het moment waarop een studentenproject de wereld voorgoed verandert. Om te begrijpen wat er die avond gebeurt, moeten we terug naar een traditie die ouder is dan het internet zelf. Aan Amerikaanse universiteiten bestaan al decennia zogenaamde face books. Papieren gidsen met foto's en namen van studenten. Bedoeld om elkaar te leren kennen. Om gezichten bij namen te plaatsen. Harvard heeft in tweeduizendvier nog geen digitale versie. De universiteit werkt eraan, maar het proces verloopt traag. Bureaucratisch. Studenten klagen al jaren. In januari van dat jaar schrijft The Harvard Crimson, de studentenkrant, een redactioneel artikel. De technologie voor een gecentraliseerde website is gemakkelijk beschikbaar, stelt het stuk. De voordelen zijn talrijk. Mark Zuckerberg leest dat artikel. En hij besluit dat hij niet langer wil wachten. Ik denk dat het nogal belachelijk is dat de universiteit er jaren over doet, zegt hij later tegen de krant. Ik kan het beter dan zij. En ik kan het in een week. Het is de arrogantie van de jeugd. Het is ook de waarheid. Zuckerberg is geen onbekende op Harvard. Vier maanden eerder, in oktober tweeduizenddrie, lanceerde hij Facemash. Een website waar studenten de aantrekkelijkheid van medestudenten konden beoordelen. Hot or not, maar dan met gehackte foto's uit de digitale jaarboeken van de universiteit. De site ging viral. Binnen uren bezochten honderden studenten de pagina. De site werd binnen enkele dagen door Harvard gesloten vanwege privacyovertredingen. Maar het zaad was geplant. De vraag naar online verbinding onder studenten bleek enorm. Nu, in januari tweeduizendvier, werkt Zuckerberg aan iets anders. Geen wedstrijd, geen ranglijst. Een platform waar studenten zichzelf kunnen presenteren. Met hun echte naam. Hun echte foto. Hun echte interesses. Hij werkt niet alleen. Eduardo Saverin, eenentwintig jaar en afkomstig uit Brazilië, zorgt voor de vroege financiering en wordt zakelijke partner. Dustin Moskovitz, kamergenoot en negentien jaar oud, helpt met programmeren. Chris Hughes, twintig, denkt na over de gebruikerservaring. Andrew McCollum, eveneens twintig, ontwerpt de initiële webinterface en het prototype. Het exacte tijdstip is onbekend. In zijn kamer in Kirkland House staart Zuckerberg naar zijn scherm. De website is live. Thefacebook punt com is bereikbaar voor iedereen met een Harvard.edu-e-mailadres. Dat is de sleutel. Alleen Harvard-studenten kunnen zich registreren. Exclusiviteit als fundament. De eerste minuten zijn stil. Zuckerberg klikt op vernieuwen. Nog geen registraties. Hij klikt opnieuw. Niets. Dan, op een onbekend tijdstip, verschijnt de eerste gebruiker. Een naam, een foto, een profiel. Het werkt. Iemand heeft zich aangemeld. Het werkt. Iemand heeft zich aangemeld. Binnen minuten volgen er meer. Vijf. Tien. Twintig. De teller loopt op. Zuckerberg en zijn vrienden zitten rond de computer, kijken hoe de registraties binnenstromen. Ze refreshen de pagina, keer op keer. Dit is het moment. Het kwartier waarin alles begint. Geen fanfare, geen persconferentie. Alleen een paar studenten in een slaapzaal, starend naar een scherm dat langzaam tot leven komt. Hoe verspreidt het nieuws zich zo snel? In tweeduizendvier bestonden er al sociale media. Geen Twitter, geen Instagram, geen WhatsApp. Maar Harvard heeft wel mailinglijsten. En studenten praten. Die avond verspreidt het nieuws zich razendsnel over de campus. Studenten praten, sturen links door via mailinglijsten. De nieuwsgierigheid is gewekt. Ze zijn nieuwsgierig. Ze klikken. Ze registreren zich. Het registratieproces is eenvoudig. Naam, emailadres, wachtwoord. Daarna een profiel aanmaken. Foto uploaden. Interesses invullen. Relatiestatus aangeven. Dat laatste detail, de relatiestatus, blijkt een schot in de roos. Studenten willen weten wie single is. Wie een relatie heeft. Met wie. De registraties blijven binnenstromen, sneller dan iemand had verwacht. Zuckerberg en zijn team blijven wakker, kijken hoe de registraties binnenstromen. Ze kunnen niet stoppen met kijken naar de oplopende aantallen. Dustin Moskovitz herinnert het zich later: Aan het eind van de nacht zaten we actief het registratieproces te bekijken. De nacht vordert. Buiten wordt het kouder. Binnen wordt het drukker. De nacht vordert en de teller blijft oplopen. Zuckerberg en zijn medeoprichters zitten rond de computer, refreshen de pagina, kijken hoe de aantallen stijgen. Ze kunnen niet stoppen met kijken. Zuckerberg zelf blijft achter zijn computer zitten. Hij praat weinig. Hij observeert. De cijfers spreken voor zich. Wat hem opvalt: mensen vullen niet alleen hun eigen profiel in. Ze zoeken anderen op. Ze bekijken profielen van klasgenoten, van mensen die ze kennen van colleges, van feestjes, van de bibliotheek. De site wordt niet alleen gebruikt om jezelf te presenteren. Het wordt gebruikt om anderen te vinden. Dat is het cruciale inzicht. De waarde zit niet in het profiel zelf. De waarde zit in de connectie. In het netwerk. Aan het eind van de nacht blijven ze actief het registratieproces bekijken. De aantallen blijven stijgen, uur na uur, tot de dageraad de hemel boven Cambridge kleurt. Zuckerberg sluit eindelijk zijn laptop. Hij heeft geen idee wat hij heeft losgemaakt. De volgende ochtend wordt Cambridge wakker met een nieuw fenomeen. In de eetzalen van Harvard praten studenten over TheFacebook. Wie heeft zich al aangemeld? Heb je gezien wie er single is? Ken je die persoon van je college? Binnen vierentwintig uur na de lancering hebben tussen de twaalfhonderd en vijftienhonderd studenten zich geregistreerd. Binnen een maand heeft meer dan de helft van alle undergraduate studenten aan Harvard een profiel. De groei is explosief, ongekend, onbeheersbaar. Het is duidelijk dat dit groter is dan een studentenproject. In maart breidt TheFacebook uit naar andere Ivy League-scholen, waaronder Stanford, Columbia en Yale, en naar andere universiteiten in de omgeving van Boston. Stanford, Columbia, Yale. De Ivy League omarmt TheFacebook. Elke uitbreiding leidt tot dezelfde virale groei. In juni verhuist het team naar Palo Alto, Californië. Peter Thiel, medeoprichter van PayPal, investeert vijfhonderdduizend dollar. Sean Parker, mede-oprichter van Napster, wordt president van het bedrijf. Het studentenproject wordt een startup. De startup wordt een imperium. Was Facebook uniek? Niet helemaal. In tweeduizendvier bestaan er al sociale netwerken. Six Degrees, gelanceerd in negentienzevenennegentig, introduceerde het concept van online vriendschappen. Friendster, uit tweeduizendtwee, trok miljoenen gebruikers. MySpace, eveneens gelanceerd in tweeduizenddrie, is een van de bestaande sociale netwerken op het moment dat Zuckerberg zijn code schrijft. Maar Facebook doet iets wat de anderen niet doen. Het eist echte identiteit. Geen pseudoniemen, geen avatars. Je naam, je foto, je universiteit. Dat creëert vertrouwen. Het creëert ook sociale druk. Je kunt niet anoniem roddelen op Facebook. Je staat er met je gezicht bij. De exclusiviteit helpt ook. Je kunt je alleen aanmelden met een universitair emailadres. Dat maakt het platform selectief, begeerlijk. Studenten aan universiteiten die nog geen toegang hebben, smeken om uitbreiding. De schaarste voedt de vraag. Het is een briljante strategie, al is het onduidelijk of Zuckerberg het zo heeft gepland. Soms is genialiteit gewoon geluk dat goed uitpakt. In september tweeduizendzes opent Facebook zijn deuren voor iedereen. Je hebt geen universitair emailadres meer nodig. Alleen een geldig emailadres en een leeftijd van dertien jaar of ouder. De groei explodeert opnieuw. Tegen het einde van tweeduizendvier heeft Facebook al een miljoen gebruikers. De groei is exponentieel, ongekend in de geschiedenis van het internet. Het platform dat begon in een slaapzaal groeit uit tot een wereldwijd fenomeen. Maar groei is niet zonder kosten. Facebook wordt beschuldigd van privacyschendingen, van het verspreiden van desinformatie, van het ondermijnen van democratieën. Het platform dat begon als een manier om Harvard-studenten te verbinden, wordt een slagveld voor cultuuroorlogen, een instrument voor manipulatie, een bron van verslaving. Mark Zuckerberg, de verlegen programmeur uit die slaapzaal, wordt een van de rijkste mensen ter wereld. Ook een van de meest bekritiseerde. De jongen die de wereld wilde verbinden, moet zich verantwoorden voor de scheuren die die verbinding veroorzaakt. Terug naar die avond. Vier februari tweeduizendvier. Een negentienjarige student in een krappe slaapzaal aan Harvard. Een simpele website met een blauw logo. Een klik op een knop. Zuckerberg kon niet weten wat hij begon. Niemand kon dat. Sociale media bestonden al als concept. Sociale netwerken zoals MySpace en Friendster bestonden al. De wereld was nog niet klaar voor wat komen zou. Maar de wereld paste zich aan. Miljarden mensen leerden hun leven te delen op een platform dat begon als een digitale versie van een papieren studentengids. Ze deelden hun foto's, hun gedachten, hun politieke overtuigingen, hun geboortes en sterfgevallen. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om een nieuwe wereld te openen. Een wereld waarin iedereen verbonden is, maar niemand weet of dat een zegen is of een vloek. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Wat als Zuckerberg die avond had gewacht? Wat als de tuchtcommissie na Facemash strenger was geweest, hem had geschorst, hem van Harvard had gestuurd? De vraag naar een online sociaal netwerk was er. MySpace groeide. Friendster had miljoenen gebruikers. Iemand anders zou de ruimte hebben gevuld. Misschien met een ander model, andere regels, andere consequenties. Maar het werd Facebook. Het werd Zuckerberg. En de wereld die daaruit voortkwam, is de enige wereld die we kennen. Soms hangt de geschiedenis aan een haar. Aan een besluit van een negentienjarige die vindt dat de universiteit te traag is. Aan een klik op een knop in een slaapzaal. Aan vijftien minuten waarin niets spectaculairs lijkt te gebeuren, maar alles verandert. Cambridge, Massachusetts. Het is ver na middernacht. De sneeuw is opgehouden met vallen. In Kirkland House brandt nog steeds licht in de slaapzaal van Zuckerberg. Mark Zuckerberg staart naar zijn scherm. De teller blijft oplopen. De registraties stromen binnen, uur na uur, sneller dan hij had durven dromen. Hij weet nog niet dat hij nooit zal afstuderen. Dat zijn creatie miljarden mensen zal bereiken. Dat zijn creatie het gezicht van de menselijke communicatie zal veranderen. Hij weet alleen dat het werkt. Dat mensen zich aanmelden. Dat de verbinding tot stand komt. Buiten breekt de dag aan over Harvard. Een nieuwe wereld begint. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.