Het Beslissende Kwartier De Man die de Muur Liet Vallen Historisch moment: 11 maart 1985 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/de-man-die-de-muur-liet-vallen.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Moskou, elf maart negentienvijfentachtig. Het is tien uur in de ochtend. Buiten vriest het nog, een laatste greep van de Russische winter. Achter de rode bakstenen muren van het Kremlin verzamelen zich de machtigste mannen van de Sovjet-Unie. Oude mannen, de meesten. Grijze pakken, grijze gezichten, grijze ideeën. Ze zijn hier omdat hun leider dood is. Alweer. Konstantin Tsjernenko, drieënzeventig jaar oud, is gisteravond om negentien uur twintig bezweken aan hartfalen. De derde secretaris-generaal in drie jaar tijd die sterft in het harnas. In Washington wordt president Ronald Reagan midden in de nacht gewekt met het nieuws. Hij zucht en vraagt zich hardop af: hoe moet ik ooit iets bereiken met de Russen als ze maar blijven sterven? Maar hier, in de vergaderzaal van het Politbureau, staat een man klaar die niet van plan is te sterven. Een man van vierenvijftig. Jong, naar Sovjetmaatstaven. Zijn naam is Michail Gorbatsjov. En binnen vijftien minuten zal hij de loop van de wereldgeschiedenis veranderen. Dit is Het Beslissende Kwartier. De dag waarop de Sovjet-Unie haar eigen ondergang koos. Om te begrijpen wat er die ochtend in het Kremlin gebeurt, moeten we eerst begrijpen hoe ziek de Sovjet-Unie is. Niet alleen letterlijk, hoewel dat ook. De jaren voor negentienvijfentachtig staan bekend als de Zastoj, de Stagnatie. Achttien jaar lang regeert Leonid Brezjnev met een hand die steeds trager wordt. Wanneer hij in negentientweeentachtig sterft, volgt Joeri Andropov hem op. Een hervormer, zeggen sommigen. Een man met ideeën. Maar Andropov is al doodziek wanneer hij de macht grijpt. Na vijftien maanden sterft ook hij. Dan komt Tsjernenko. Een man die nauwelijks kan lopen, nauwelijks kan spreken. Die tijdens officiële gelegenheden moet worden ondersteund door helpers. Een levend lijk aan het hoofd van een supermacht. De buitenwereld spot ermee. Sovjet-burgers fluisteren het tegen elkaar: wat noem je een land dat wordt geregeerd door oude mannen die steeds doodvallen? De Sovjet-economie krimpt. De technologische kloof met het Westen groeit. In Afghanistan sneuvelen jonge Sovjet-soldaten in een oorlog die niet te winnen is. Het imperium kraakt in al zijn voegen. De nacht van tien op elf maart negentienvijfentachtig is koud in Moskou. In het Centraal Klinisch Ziekenhuis van het Kremlin ademt Konstantin Tsjernenko zijn laatste adem uit. Longemfyseem, leverfalen, hartfalen. Zijn lichaam geeft het op om zeven uur twintig 's avonds. Het nieuws verspreidt zich snel door de gangen van de macht. Telefoons rinkelen. Zwarte auto's glijden door de nachtelijke straten. De leden van het Politbureau worden uit hun bedden gehaald. Er moet worden vergaderd. Er moet een opvolger worden gekozen. Nu. Voor de buitenwereld zal het nieuws pas de volgende ochtend komen. Maar achter de rode muren is de strijd al begonnen. Of eigenlijk: de strijd is al beslist. Want er is maar één kandidaat die ertoe doet. Michail Sergejevitsj Gorbatsjov. Vierenvijftig jaar oud. Lid van het Politbureau sinds negenteentachtig. De jongste van allemaal. En de enige die nog niet gebroken is door het systeem. Het is kort na tien uur in de ochtend wanneer de vergadering formeel begint. De leden van het Politbureau nemen plaats aan de lange tafel. Viktor Tsjebrikov, het hoofd van de KGB, een man van eenenzestig. Veteranen van het systeem. Overlevenden van Stalin, van Chroesjtsjov, van Brezjnev. Ze kennen de rituelen. De dode leider wordt geprezen. De natie rouwt. En dan wordt er gestemd. Andrej Gromyko staat op. Hij is vijfenzeventig jaar oud. Al sinds negentienzevenenvijftig minister van Buitenlandse Zaken. Bijna drie decennia. Hij heeft met iedereen onderhandeld, van Kennedy tot Reagan. En nu neemt hij het woord om de volgende leider van de Sovjet-Unie voor te dragen. Het beslissende kwartier begint. Gromyko spreekt. Zijn stem is vast, zijn woorden zijn zorgvuldig gekozen. Hij prijst Michail Gorbatsjov. Diens energie, diens intellect, diens vermogen om problemen aan te pakken. Dit is geen spontane lofrede. Dit is politiek theater, maar wel theater met consequenties. Gromyko's woorden hebben gewicht. Enorm gewicht. Wanneer de minister van Buitenlandse Zaken, de langstzittende diplomaat van de Sovjet-Unie, een kandidaat steunt, luistert het Centraal Comité. Later zullen historici zich afvragen waarom Gromyko dit doet. Waarom steunt een man van de oude garde een relatieve jongeling? Misschien omdat ook Gromyko weet dat het zo niet verder kan. Dat drie dode leiders in drie jaar een land niet kunnen besturen. Dat de Sovjet-Unie jong bloed nodig heeft, of ze zal doodbloeden. Of misschien is het simpeler. Misschien ruikt Gromyko de wind en wil hij aan de juiste kant staan. Hoe dan ook. Hij spreekt. En zijn woorden verzegelen het lot van een imperium. De stemming is unaniem. Geen verrassingen. Geen oppositie. Michail Sergejevitsj Gorbatsjov wordt de achtste secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. De jongste leider sinds de jaren twintig. Een man geboren na de revolutie, gevormd door de Tweede Wereldoorlog, opgeleid in een systeem dat hij nu moet redden. Of begraven. Binnen vijf uur na de aankondiging van Tsjernenko's dood is de macht overgedragen. Soepel. Efficiënt. Precies zoals het systeem het voorschrijft. Maar niets aan wat er nu komt zal soepel of efficiënt zijn. Gorbatsjov neemt de teugels over van een paard dat al aan het struikelen is. Hij weet het. Hij weet dat er iets moet veranderen. Fundamenteel. Radicaal. Hij heeft twee woorden in gedachten die de wereld zullen veranderen. Glasnost. Perestrojka. Openheid. Herstructurering. Maar dat komt later. Nu, op dit moment, is er alleen de stilte na de stemming. En een man van vierenvijftig die de last van een supermacht op zijn schouders voelt neerdalen. De Sovjetregering kondigt drie dagen van nationale rouw af. De vlaggen hangen halfstok. De radio speelt sombere muziek. Maar achter de schermen begint Gorbatsjov onmiddellijk met werken. Hij vervangt sleutelfiguren. Gromyko, zijn kingmaker, wordt weggepromoveerd naar een ceremoniële functie: voorzitter van het Presidium van de Opperste Sovjet. Een eretitel zonder macht. In zijn plaats komt Eduard Sjevardnadze als minister van Buitenlandse Zaken. Een nieuw gezicht. Een nieuwe koers. Gorbatsjov begint troepen terug te trekken uit Afghanistan. Hij zoekt contact met Washington. In november van datzelfde jaar, negentienvijfentachtig, ontmoet hij Ronald Reagan in Genève. De man die zich afvroeg hoe hij ooit iets kon bereiken met de Russen, schudt de hand van een Rus die bereid is te praten. Het ijs begint te smelten. De woorden glasnost en perestrojka worden pas later dat jaar officieel gelanceerd. Maar de intentie is er vanaf het begin. Gorbatsjov gelooft oprecht dat de Sovjet-Unie kan worden gered. Dat het systeem kan worden hervormd, gemoderniseerd, versterkt. Hij wil geen revolutie. Hij wil evolutie. Gecontroleerde verandering van bovenaf. Meer openheid in de pers. Meer ruimte voor kritiek. Economische hervormingen die de verstarde planeconomie moeten loswrikken. Hij wil het communisme redden door het menselijker te maken. Maar Gorbatsjov onderschat de krachten die hij ontketent. Wanneer je mensen toestaat te spreken, spreken ze. Wanneer je de deksel van een snelkookpan haalt, ontsnapt de stoom. De Baltische staten willen onafhankelijkheid. De Oost-Europese satellieten beginnen te wankelen. De Berlijnse Muur, dat betonnen symbool van de Koude Oorlog, begint scheuren te vertonen. Niet letterlijk, nog niet. Maar de scheuren in de ideologie zijn al zichtbaar. In negentiennegenentachtig vallen de dominostenen. Polen krijgt een niet-communistische premier. Hongarije opent zijn grens met Oostenrijk. En op negen november valt de Berlijnse Muur. Niet door een invasie, niet door een revolutie, maar door een bureaucratische vergissing en de druk van duizenden Oost-Duitsers die eindelijk vrij willen zijn. Gorbatsjov had de troepen kunnen sturen. Zoals zijn voorgangers deden in Boedapest in negentienzesenvijftig, in Praag in negentienachtenzestig. Maar hij doet het niet. Hij laat los. En met dat loslaten laat hij de Sovjet-Unie zelf los. In negentieneenennegentig houdt de Sovjet-Unie officieel op te bestaan. Gorbatsjov, de man die haar wilde redden, wordt de man die haar begraaft. Onbedoeld. Ongewild. Maar onherroepelijk. Michail Gorbatsjov sterft in tweeduizendtweeëntwintig, eenennegentig jaar oud. In het Westen wordt hij gevierd als de man die de Koude Oorlog beëindigde. In Rusland wordt hij door velen gehaat als de man die het imperium vernietigde. Beide oordelen zijn waar. Beide zijn onvolledig. Want wat Gorbatsjov deed op die elfde maart negentienvijfentachtig, was simpelweg accepteren wat hem werd aangeboden. De macht. De verantwoordelijkheid. De onmogelijke taak om een zinkend schip te redden door het te verbouwen terwijl het zinkt. Hij probeerde het. Hij faalde. Of hij slaagde, afhankelijk van hoe je succes definieert. De Koude Oorlog eindigde zonder nucleaire apocalyps. Miljoenen mensen in Oost-Europa kregen hun vrijheid. De wereld veranderde. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om een man te kiezen die een imperium zou ontmantelen. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Stel je voor dat Gromyko die ochtend iemand anders had voorgedragen. Een conservatief. Een hardliner. Iemand die de oude koers zou voortzetten, die de grenzen zou sluiten in plaats van openen, die de tanks zou sturen naar Berlijn in negentiennegenentachtig. Zou de Muur dan nog hebben gestaan in tweeduizend? Zou de Sovjet-Unie langzaam zijn weggerot van binnenuit, tot een gewelddadige implosie onvermijdelijk werd? Of zou een langzamere, bloedigere weg naar vrijheid uiteindelijk hetzelfde resultaat hebben opgeleverd? We weten het niet. We kunnen het niet weten. Geschiedenis kent geen herkansingen. Wat we wel weten is dit: op elf maart negentienvijfentachtig maakte een groep oude mannen een keuze. Ze kozen voor jeugd. Voor verandering. Voor het onbekende. Ze wisten niet wat ze deden. Ze konden niet weten wat ze deden. Maar ze deden het. Moskou, elf maart negentienvijfentachtig. De vorst houdt aan, maar achter de Kremlinmuren is iets verschoven. Een man van vierenvijftig heeft de macht aanvaard. Over zijn schouders hangt de last van tweehonderdnegentig miljoen mensen. Van een nucleair arsenaal dat de wereld kan vernietigen. Van een ideologie die aan het verkruimelen is. Michail Gorbatsjov weet nog niet dat hij de laatste zal zijn. De laatste secretaris-generaal van een unie die niet meer zal bestaan wanneer hij oud is geworden. Hij weet alleen dat er iets moet veranderen. En dus verandert het. Alles. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.