Het Beslissende Kwartier De ochtend die de eenentwintigste eeuw definieerde Historisch moment: 11 september 2001 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/de-ochtend-die-de-eenentwintigste-eeuw-definieerde.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. New York City. Elf september tweeduizendeneen. Het is acht uur zesenveertig in de ochtend. De zon staat laag boven Manhattan. Een strakblauwe hemel, geen wolkje te zien. Op de stoepen haast de ochtendspits zich richting kantoor. Koffiebekers, aktentassen, het geroezemoes van een stad die ontwaakt. Hoog boven de straten, op de honderdste verdieping van de Noordtoren van het World Trade Center, beginnen de eerste werknemers aan hun dag. Sommigen zetten hun computers aan. Anderen wachten op de lift. Dan. Een geluid. Laag. Aanzwellend. Het janken van straalmotoren. Veel te dichtbij. Om acht uur zesenveertig boort American Airlines Vlucht 11 zich in de toren. Tussen de drieënnegentigste en negenennegentigste verdieping. Een explosie van vuur, staal en glas. De vliegtuigbrandstof ontbrandt. De klok begint te lopen. Zeventien minuten. Dat is alles wat er rest tot de tweede inslag. Dit is Het Beslissende Kwartier. De ochtend die de eenentwintigste eeuw definieerde. Om te begrijpen wat er die ochtend gebeurt, moeten we terug naar het begin van de jaren negentig. Naar een rijke Saoediër die de leider wordt van een terreurnetwerk met één obsessie: het verdrijven van Amerika uit de islamitische wereld. Osama bin Laden richt al-Qaeda op in negentienachtentachtig. Zijn woede richt zich op de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in Saoedi-Arabië tijdens de Golfoorlog. Heilige grond, in zijn ogen ontheiligd door ongelovigen. Hij zweert wraak. In de jaren die volgen, slaat al-Qaeda toe. Negentiendrieënnegentig: een bomaanslag in de parkeergarage van datzelfde World Trade Center. Zes doden. Negentienachtennegentig: bommen bij Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania. Tweeduizend: een aanval op het marineschip de es-es Cole in Jemen. Zeventien doden. Telkens wijzen de sporen naar bin Laden. Telkens ontsnapt hij. Vanuit grotten in Afghanistan, beschermd door het Taliban-regime, plant hij zijn grootste slag. Een aanval die Amerika zal dwingen zich terug te trekken. Dat gelooft hij. De operatie is jarenlang voorbereid, gegroeid uit een netwerk dat al sinds negentienachtentachtig bestaat. Negentien mannen. Vier vliegtuigen. Drie doelen. Het World Trade Center in New York. Het Pentagon in Washington. En vermoedelijk het Witte Huis of het Capitool. De kapers infiltreren de Verenigde Staten in golven. Sommigen volgen vlieglessen in Florida en Arizona. In de vroege ochtend van elf september tweeduizendeneen verzamelen de negentien zich op drie luchthavens aan de oostkust. Mohamed Atta, drieëndertig jaar oud, is de leider. Hij en vier anderen stappen in Boston aan boord van American Airlines Vlucht 11, bestemming Los Angeles. Om zeven uur negenenvijftig stijgt Vlucht 11 op. Vijftien minuten later volgt United Airlines Vlucht 175. Om acht uur twintig vertrekt Vlucht 77 vanuit Washington Dulles. Om acht uur tweeënveertig, met vertraging, Vlucht 93 vanuit Newark. Vier vliegtuigen. Bijna tweehonderdvijftig passagiers en bemanningsleden. Negentien kapers. De klok loopt. Het is acht uur vierentwintig. Luchtverkeersleiders in Boston horen een vreemde uitzending van Vlucht 11. Een stem met een accent. Mohamed Atta heeft per ongeluk op de verkeerde knop gedrukt. Hij wilde de passagiers toespreken, maar zendt uit naar de verkeerstoren. De luchtverkeersleiders begrijpen het niet meteen. Pas om acht uur zevenendertig waarschuwen ze het luchtmachtcommando. De Air National Guard wordt gemobiliseerd. Ze zijn te laat. Om acht uur zesenveertig. De Noordtoren. De eerste beelden bereiken de televisiestudio's binnen minuten. Nieuwszenders onderbreken hun programmering. Camera's zoomen in op de rokende gevel. Niemand weet nog wat er precies is gebeurd. Een ongeluk, denken de eerste commentatoren. Een klein vliegtuig, misschien, dat de koers kwijtgeraakt is. In de toren, boven de inslagzone, zitten honderden mensen vast. De trappenhuizen zijn geblokkeerd. De hitte is ondraaglijk. Sommigen bellen hun familie om afscheid te nemen. Anderen springen. Het is negen uur drie. Zeventien minuten na de eerste inslag. Miljoenen Amerikanen kijken live mee als een tweede vliegtuig in beeld verschijnt. United Airlines Vlucht 175. Het nadert vanuit het zuiden. Laag. Snel. Te snel. Om negen uur drie en elf seconden raakt de Boeing 767 de Zuidtoren. Tussen de zevenenzeventigste en vijfentachtigste verdieping. Een oranje vuurbal schiet door de gevel aan de andere kant naar buiten. Op dat moment weet de wereld: dit is geen ongeluk. Dit is een aanslag. President George W. Bush zit in een basisschool in Florida, waar hij voorleest aan kinderen. Zijn stafchef buigt zich naar zijn oor en fluistert. De president knippert. Zijn gezicht verstart. Hij blijft nog zeven minuten zitten, terwijl de kinderen verder lezen. In New York begint de evacuatie. Tienduizenden mensen vluchten de trappenhuizen af. Brandweerlieden rennen naar boven. Ze dragen veertig kilo aan uitrusting. Sommigen passeren de vluchtenden op weg omhoog en zeggen: ga door, blijf lopen, niet omkijken. De chaos verspreidt zich. Om negen uur zevenendertig slaat American Airlines Vlucht 77 in op het Pentagon. De zuidwestelijke vleugel van het machtigste militaire hoofdkwartier ter wereld. Honderdnegenentachtig doden. Om negen uur vijfenveertig sluit de federale luchtvaartautoriteit het Amerikaanse luchtruim. Voor het eerst in de geschiedenis. Alle civiele vliegtuigen krijgen bevel onmiddellijk te landen. Op de grond in Manhattan is de lucht grijs van het stof en de as. Mensen rennen door de straten, hun kleren gescheurd, hun gezichten zwart. Sirenes overal. Ooggetuigen kijken omhoog en zien figuren vallen uit de ramen van de torens. Later zal een van hen zeggen: ik kon het niet geloven. Ik dacht dat dit niet echt kon zijn. Om negen uur negenenvijftig. De Zuidtoren, de tweede die werd geraakt, is de eerste die valt. Honderdtien verdiepingen staal en beton zakken in op zichzelf. Een muur van stof raast door de straten. Mensen duiken winkels in, kelders, portieken. Wie buiten blijft, wordt opgeslokt door grijs. Om tien uur twee stort United Airlines Vlucht 93 neer in een veld bij Shanksville, Pennsylvania. Geen gebouw. Wel een vermoedelijk doelwit. De passagiers en bemanningsleden hebben teruggevochten. Via telefoons aan boord hoorden ze wat er in New York was gebeurd. Ze begrepen dat hun vliegtuig ook een wapen was. Ze stemden. Ze vielen aan. De kapers verloren de controle. Het vliegtuig boorde zich in de grond. Vierenveertig doden. Geen overlevenden. Maar ook: geen derde doelwit in Washington. Om tien uur achtentwintig valt de Noordtoren. De eerste die was geraakt, de laatste die instort. De rookpluim is zichtbaar tot in New Jersey. Die avond, om half negen, spreekt president Bush de natie toe. Hij staat achter een lessenaar in het Witte Huis, zijn stem vast maar zijn ogen hol. Vandaag zag onze natie het kwaad, zegt hij. Het allerergste van de menselijke natuur. En we reageerden met het beste van Amerika. Waarom Amerika? Waarom deze ochtend? Al-Qaeda's ideologie is geworteld in verzet tegen westerse invloed in moslimlanden. De aanwezigheid van Amerikaanse bases in Saoedi-Arabië. De steun aan Israël. De samenwerking met autocratische Arabische regimes. Bin Laden beschouwde dit als een oorlog tegen de islam zelf. De aanslagen waren bedoeld om Amerika te vernederen. Om te laten zien dat zelfs de machtigste natie ter wereld kwetsbaar was. Bin Laden geloofde dat Amerika, geconfronteerd met massale slachtoffers, zich zou terugtrekken. Zoals de Sovjet-Unie zich had teruggetrokken uit Afghanistan in negentiennegenentachtig. Hij vergiste zich. De reactie was geen terugtrekking, maar een oorlog. Binnen een maand vielen Amerikaanse troepen Afghanistan binnen. Het Taliban-regime, dat al-Qaeda bescherming bood, viel in november tweeduizendeneen. Bin Laden vluchtte de bergen in. Hij zou bijna tien jaar ondergedoken blijven, tot Amerikaanse commando's hem doodden in Pakistan in tweeduizendelf. De gevolgen van elf september reiken verder dan de oorlogen die volgden. De Verenigde Staten transformeerden hun veiligheidsapparaat. Het Department of Homeland Security werd opgericht, de grootste reorganisatie van de federale overheid in vijftig jaar. De Patriot Act gaf opsporingsdiensten ongekende bevoegdheden om te surveilleren, af te luisteren, te doorzoeken. Op luchthavens verschenen scanners, controles, wachtrijen die nooit meer verdwenen. Schoenen uit. Laptops apart. Geen vloeistoffen boven honderd milliliter. De oorlog in Afghanistan duurde twintig jaar. Die in Irak, begonnen in tweeduizenddrie op basis van onjuiste informatie over massavernietigingswapens, destabiliseerde het hele Midden-Oosten. De vluchtelingenstromen die volgden bereikten Europa. De politieke verschuivingen die volgden bereikten de hele wereld. Een generatie groeide op met het woord terrorisme als dagelijkse werkelijkheid. Met angst als achtergrondmuziek. Met de wetenschap dat een heldere ochtend in september in zeventien minuten kan veranderen in het begin van een nieuw tijdperk. Zeventien minuten. Van acht uur zesenveertig tot negen uur drie. In die zeventien minuten stortte de illusie van onaantastbaarheid in. In die zeventien minuten begon een eeuw die nog steeds wordt gedefinieerd door de echo's van die ochtend. De oorlogen. De surveillance. De verdeeldheid. De vraag die nooit weggaat: hoe beschermen we onszelf zonder te worden wat we vrezen? De torens zijn herbouwd. In de voetafdrukken van de oude torens stromen watervallen, eindeloos, de diepte in. De namen van de doden staan gegraveerd in brons rondom de randen. Elke elf september klinken er namen door de ochtendlucht. Familieleden lezen ze voor, één voor één. Het duurt uren. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om een eeuw te breken en opnieuw te beginnen. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Wat als de passagiers van Vlucht 93 niet hadden teruggevochten? Het vliegtuig was vermoedelijk op weg naar Washington. Het Witte Huis. Of het Capitool. Een directe aanval op het hart van de Amerikaanse democratie. De passagiers wisten wat hun te wachten stond. Daarna stilte. Daarna de geluiden van een gevecht. Daarna niets. Zonder hun opstand was er mogelijk een derde inslag geweest die ochtend. Een derde wolk van stof en as. Een derde golf van doden. De symbolische vernietiging van niet alleen economische en militaire macht, maar ook van de volksvertegenwoordiging zelf. In een veld in Pennsylvania, ver van camera's en nieuwshelikopters, kozen passagiers en bemanningsleden ervoor om nee te zeggen. Het eindigde in een krater. Maar niet in Washington. New York. Elf september tweeduizendeneen. De zon staat nu hoog boven Manhattan. De skyline is veranderd. Waar twee torens stonden, stijgt rook. Waar duizenden werkten, ligt nu puin. De stad die nooit slaapt is stil. Mensen lopen door de straten als verdwaald, hun gezichten wit van het stof, hun ogen leeg. Ergens in de stad, op een straathoek, staat een vrouw naar het noorden te kijken. Ze houdt een foto vast. Ze zoekt iemand. Ze zal blijven zoeken. De ochtend die de eenentwintigste eeuw definieerde begon met een strakblauwe hemel. Hij eindigde in as. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.