Het Beslissende Kwartier De wandeling die de Apartheid beëindigde Historisch moment: 11 februari 1990 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/de-wandeling-die-de-apartheid-beeindigde.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Victor Verster Gevangenis, nabij Paarl, Zuid-Afrika. elf februari negentiennegentig. Het is zestien uur zestien. De Zuid-Afrikaanse zon hangt laag boven de wijnvelden van de Kaap. Achter een wit gekalkt huisje op het gevangenisterrein staat een man van eenenzeventig zijn stropdas recht te trekken. Zijn naam is Nelson Rolihlahla Mandela. Zevenentwintig jaar heeft hij achter tralies doorgebracht. Achttien daarvan op het beruchte Robben Island, waar hij stenen hakte in een kalkgroeve. De rest hier, in relatieve luxe, in een cottage met een tuin. Buiten de gevangenispoorten hebben zich honderden journalisten verzameld. Camera's uit alle windstreken zijn gericht op de lange oprijlaan. Verderop, in Kaapstad, wacht een menigte van vijftigduizend mensen op de Grand Parade. En over de hele wereld zitten miljoenen mensen gekluisterd aan hun televisiescherm. Ze wachten allemaal op hetzelfde. Op het moment dat de meest beroemde gevangene ter wereld naar buiten loopt. Dit is Het Beslissende Kwartier. De wandeling die de Apartheid beëindigde. Wie is de man die straks door die poort zal lopen? Nelson Mandela is geboren in negentienachttien in het dorpje Mvezo, als zoon van een stamhoofd van de Thembu. Zijn vader geeft hem de naam Rolihlahla, wat letterlijk betekent: hij die aan de tak van een boom trekt. Een onruststoker, zou je kunnen zeggen. Die naam blijkt profetisch. Als jonge advocaat in Johannesburg sluit Mandela zich aan bij het Afrikaans Nationaal Congres, het ANC. Hij vecht tegen de apartheidswetten die zijn land in tweeën delen. Wit en zwart. Heer en knecht. Na het bloedbad in Sharpeville in negentienzestig, waarbij negenenzestig vreedzame demonstranten worden doodgeschoten, richt hij Umkhonto we Sizwe op. De Speer van de Natie. De gewapende vleugel van het verzet. In negentientweeënzestig wordt hij gearresteerd. Twee jaar later, in negentienvierenzestig, wordt hij in het Rivonia-proces veroordeeld tot levenslang. Tijdens het Rivonia-proces spreekt hij woorden die de wereld nooit zal vergeten. Over een ideaal waarvoor hij bereid is te sterven. Die woorden zal hij vandaag herhalen. De wereld is in negentiennegentig drastisch veranderd. De Berlijnse Muur is drie maanden eerder gevallen. De Koude Oorlog loopt ten einde. En in Zuid-Afrika zit sinds september een nieuwe president achter het bureau in Tuynhuys: Frederik Willem de Klerk. Hij is drieënvijftig jaar oud, een pragmatische Afrikaner die begrijpt dat het apartheidsregime onhoudbaar is geworden. Internationale sancties hebben de economie gewurgd. Grote bedrijven trekken zich terug. Sportploegen worden geboycot. Zuid-Afrika is een paria onder de naties. Binnenlands groeit het verzet. Protesten, stakingen, rellen. Het land staat op de rand van een burgeroorlog. Op twee februari houdt De Klerk een toespraak die de wereld op zijn kop zet. Hij kondigt aan dat het verbod op het ANC wordt opgeheven. Dat politieke gevangenen worden vrijgelaten. Dat Nelson Mandela binnen dagen een vrij man zal zijn. Negen dagen later, op elf februari, is het zover. De wereld houdt zijn adem in. Om kwart over vier die middag loopt Nelson Mandela naar de voordeur van zijn cottage. Naast hem staat zijn vrouw Winnie Madikizela-Mandela. Zij is drieënvijftig, een felle activiste die zelf jarenlang onder politietoezicht heeft gestaan. Ze hebben elkaar in al die gevangenisjaren zelden kunnen aanraken. Glazen wanden scheidden hen tijdens bezoekuren. Nu pakt ze zijn hand vast. Stevig. Vastberaden. De gevangenisauto staat klaar om hen naar de poort te brengen. Maar Mandela weigert. Hij wil lopen. De laatste paar honderd meter naar de vrijheid wil hij op eigen benen afleggen. En dus begint het beslissende kwartier. De oprijlaan van Victor Verster strekt zich voor hen uit. In de verte, achter het ijzeren hek, glinstert een zee van camera's en microfoons. Het gekrijs van de pers is tot hier te horen. Mandela loopt langzaam. Zijn stappen zijn die van een man die lang niet vrij heeft gelopen. Maar zijn rug is recht. Zijn blik gericht op de poort. Naast hem houdt Winnie zijn linkerhand vast. In zijn rechterhand draagt hij, zo zullen foto's later tonen, een opgevouwen vel papier. De tekst van de toespraak die hij vanavond zal houden. De afstand tot de poort krimpt. Tweehonderd meter. Honderd. Vijftig. De spanning is voelbaar. Journalisten dringen naar voren. Beveiligingsmensen proberen orde te houden. Ergens in de menigte roept iemand zijn naam. En dan, om zestien uur zestien precies, bereikt Nelson Mandela de gevangenispoort. Hij stapt naar buiten. De zon valt vol op zijn gezicht. Voor het eerst in zevenentwintig jaar staat hij buiten gevangenismuren, zonder ketens, zonder bewakers die hem terug zouden brengen. De menigte explodeert. Gejuich, tranen, gezang. Flashlights flikkeren als een onweersbui. Dit beeld, de grijze man met de geheven vuist, zal de voorpagina van elke krant ter wereld halen. Het wordt het symbool van een tijdperk dat eindigt. Van hoop die opbloeit. Van een onmogelijke droom die werkelijkheid wordt. Mandela staat daar een lang moment. Hij laat het tot zich doordringen. De lucht. De geluiden. De vrijheid. Dan wordt hij naar een auto geleid. De rit naar Kaapstad wacht. Vijftigduizend mensen staan te wachten op de Grand Parade, voor het stadhuis waar hij vanavond zal spreken. Het beslissende kwartier is voorbij. De geschiedenis begint opnieuw. De rit naar Kaapstad duurt langer dan gepland. De wegen zijn verstopt met juichende menigtes. Overal mensen die zijn naam scanderen, die op autodaken klimmen om een glimp van hem op te vangen. Het is al donker wanneer Mandela eindelijk het balkon van het Kaapstadse stadhuis betreedt. Onder hem strekt zich een zee van gezichten uit. Fakkels branden. Spandoeken wapperen. En dan spreekt hij. Zijn stem is helder, ondanks zijn leeftijd, ondanks de zenuwslopende dag. Vrienden, kameraden en mede-Zuid-Afrikanen, begint hij. Ik groet u allen in naam van vrede, democratie en vrijheid voor iedereen. Ik sta hier voor u, niet als een profeet, maar als een nederige dienaar van u, het volk. Hij herhaalt de woorden die hij zesentwintig jaar eerder sprak in de rechtszaal. Over het ideaal van een vrije samenleving. Over gelijke kansen voor alle mensen, wit en zwart. Over een ideaal waarvoor hij bereid is te sterven. De woorden echoën over de Grand Parade. Ze echoën over de wereld. Om te begrijpen wat deze dag betekent, moeten we terug naar negentienachtenveertig. Het jaar waarin de Nationale Partij in Zuid-Afrika aan de macht komt en de apartheid tot officieel staatsbeleid maakt. Apartheid. Letterlijk: apart-zijn. Een systeem van wettelijke rassenscheiding dat de zwarte meerderheid reduceert tot tweederangsburgers in hun eigen land. Zwarte Zuid-Afrikanen mogen niet wonen waar ze willen. Niet werken waar ze willen. Niet trouwen met wie ze willen. Ze worden verbannen naar zogenaamde thuislanden, de Bantoestans, schrale stukken grond zonder economische toekomst. Het ANC verzet zich. Eerst vreedzaam, later gewapend. De reactie is meedogenloos. Leiders worden gearresteerd, gemarteld, vermoord. Het ANC wordt verboden. Mandela verdwijnt achter de tralies. Maar het verzet sterft niet. Het groeit. Binnenlands en buitenlands. Tot het apartheidsregime geen kant meer op kan. De vrijlating van Mandela is geen eindpunt. Het is een begin. De jaren die volgen zijn moeizaam en bloedig. Het geweld tussen het ANC en de rivaliserende Inkatha Vrijheidspartij eist duizenden levens. De onderhandelingen tussen Mandela en De Klerk verlopen stroef, vol wantrouwen en tegenslagen. Maar beide mannen houden vast aan hun koers. In negentienendrieënnegentig ontvangen ze samen de Nobelprijs voor de Vrede. Een erkenning van hun inzet voor een vreedzame overgang. En dan, in april negentienvierennegentig, gebeurt het ondenkbare. Zuid-Afrika houdt zijn eerste multiraciale verkiezingen. Zwarte burgers mogen voor het eerst in de geschiedenis stemmen. De rijen voor de stembureaus zijn kilometers lang. Mensen wachten uren, soms een hele dag. Het ANC wint met overmacht. Nelson Mandela, de man die zevenentwintig jaar gevangen zat, wordt de eerste zwarte president van Zuid-Afrika. Mandela kiest niet voor wraak. Hij kiest voor verzoening. Voor een Waarheids- en Verzoeningscommissie die daders de kans geeft om te bekennen en slachtoffers om te vergeven. Het is een pad dat veel Zuid-Afrikanen moeilijk valt. Maar het voorkomt de burgeroorlog die velen voor onvermijdelijk hielden. Dat is de erfenis van die middag in februari negentiennegentig. Niet alleen de vrijheid van één man. Maar de mogelijkheid van een nieuw begin voor een heel land. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om de geschiedenis een andere richting in te duwen. Vijftien minuten lopen over een oprijlaan, hand in hand met zijn vrouw, naar een hek dat zich opende naar de toekomst. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Wat als Mandela verbitterd naar buiten was gelopen? Wat als hij had opgeroepen tot geweld, tot wraak op zijn onderdrukkers? De geschiedenis had er heel anders uitgezien. De Klerk nam een enorm risico door hem vrij te laten. Niemand wist zeker hoe de man achter de mythe zou zijn. Zevenentwintig jaar gevangenschap verandert een mens. Het had hem kunnen breken. Het had hem kunnen verharden. Maar Mandela koos een andere weg. Tijdens zijn gevangenschap had hij Afrikaans geleerd, de taal van zijn bewakers, om hen te kunnen begrijpen. Hij had geschreven en gelezen en nagedacht. Over vrijheid en vergeving. Over wat het betekent om werkelijk vrij te zijn. Die innerlijke reis, onzichtbaar voor de wereld, was misschien wel belangrijker dan de fysieke wandeling door de gevangenispoort. Mandela had zichzelf al bevrijd lang voordat de deur openging. Victor Verster Gevangenis heet tegenwoordig Drakenstein Correctional Centre. Op de plek waar Nelson Mandela naar buiten liep, staat nu een bronzen standbeeld. Het toont hem met geheven vuist, precies zoals op die foto die de wereld rondging. De apartheid is geschiedenis. Zuid-Afrika is een jonge democratie, met al haar uitdagingen en tekortkomingen. Maar de burgeroorlog kwam er niet. Het land viel niet uiteen. En het begon allemaal op een zonnige namiddag, toen een oude man weigerde om naar de gevangenispoort te worden gereden. Toen hij erop stond om te lopen. Op eigen benen. Als vrij man. Zestien uur zestien. De poort gaat open. Een vuist wordt geheven. De rest is geschiedenis. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.