Het Beslissende Kwartier Het apparaat in je broekzak Historisch moment: 9 januari 2007 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/het-apparaat-in-je-broekzak.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. San Francisco, negen januari tweeduizendenzeven. Het is negen uur in de ochtend. In Moscone West, een betonnen conferentiecentrum in het hart van de stad, schuifelen duizenden mensen naar hun stoelen. Techneuten, journalisten, analisten. Ze weten dat Apple vandaag iets gaat aankondigen. Ze vermoeden een nieuwe iPod, misschien een telefoon. Wat ze niet weten, is dat ze getuige zullen zijn van een van de belangrijkste productlanceringen uit de moderne geschiedenis. Op het podium staat straks een man van eenenvijftig, in spijkerbroek en zwarte coltrui. Steve Jobs. De medeoprichter en topman van Apple, de man die eerder de Macintosh en de iPod de wereld in hielp. Na de overname van Pixar door Disney is hij ook lid van de raad van bestuur van die mediagigant. Hij staat bekend om zijn creativiteit en zijn uitstekende oog voor het selecteren van de juiste mensen. Hij bemoeit zich niet alleen met de grote lijnen, maar ook met de details van een product, tot en met de verpakking van het kleinste onderdeel. In zijn broekzak zit een apparaat dat officieel nog niet bestaat. Een apparaat dat hij tweeënhalf jaar geleden begon te ontwikkelen met zijn team. Een apparaat dat de wereld zal veranderen. Dit is Het Beslissende Kwartier. Steve Jobs en het apparaat dat de wereld in je broekzak stopte. Om te begrijpen wat er die ochtend in San Francisco gebeurt, moeten we eerst begrijpen hoe de wereld er in tweeduizendenzeven uitziet. Mobiele telefoons zijn overal, maar ze zijn lelijk, log en ingewikkeld. De markt wordt gedomineerd door apparaten met fysieke toetsenborden en kleine schermpjes. De BlackBerry is het statussymbool van zakenmensen. De Palm Treo probeert een computer in je hand te stoppen, maar het resultaat is een compromis dat niemand echt tevreden stelt. Smartphones bestaan, maar ze voelen aan als verkleinde computers, niet als elegante apparaten. Internetten op je telefoon is een oefening in frustratie. Piepkleine lettertjes, trage verbindingen, websites die niet laden. Muziek luisteren kan, maar dan heb je een aparte mp3-speler nodig. Foto's maken kan ook, maar de kwaliteit is erbarmelijk. De mobiele telefoon is in tweeduizendenzeven een apparaat dat veel belooft en weinig waarmaakt. Apple heeft dit probleem al jaren zien aankomen. In tweeduizendenvijf werkte het bedrijf samen met Motorola aan de ROKR, een telefoon die muziek van iTunes kan afspelen. Het resultaat was een teleurstelling, en Apple beëindigde de samenwerking in september tweeduizendzes omdat het bedrijf vond dat het te veel compromissen moest sluiten. Steve Jobs besloot dat Apple het zelf moest doen. In tweeduizendvier begon een geheim project, codenaam Purple. Drie mannen leidden de ontwikkeling. Jony Ive, de Britse ontwerper die de iMac en iPod vormgaf. Scott Forstall, de software-ingenieur die het besturingssysteem moest bouwen. En Tony Fadell, de hardwarespecialist achter de iPod. Het team werkte onder leiding van hardwarespecialist Tony Fadell, software-ingenieur Scott Forstall en designchef Jony Ive. Scott Forstall was op dat moment de software-ingenieur die verantwoordelijk was voor het besturingssysteem van het toestel. Hij hoorde bij het kernteam dat Steve Jobs voor het project had samengesteld. Jony Ive was negenendertig en Senior Vice President of Industrial Design. Hij gaf leiding aan zowel de hardware- als de Human Interface softwareteams. Beiden waren cruciaal voor wat komen zou. Apple had eerder samengewerkt met Motorola voor de ROKR-telefoon, maar beëindigde die samenwerking in september tweeduizendzes omdat het bedrijf vond dat het te veel compromissen moest sluiten. Het doel was even simpel als ambitieus: de telefoon opnieuw uitvinden. Het is negen uur in Moscone West. Steve Jobs staat op het podium en kijkt de zaal in. Hij draagt zijn vertrouwde uniform. Zwarte coltrui en spijkerbroek, zoals altijd. Zijn stem is kalm maar geladen met spanning. Hij verklaart dat hij naar dit moment tweeënhalf jaar heeft uitgekeken. Dan begint hij aan een opbouw die de techwereld nog nooit heeft meegemaakt. Vandaag, zegt hij, introduceert Apple drie revolutionaire producten. Een breedbeeld iPod met aanraakbediening. Een revolutionaire mobiele telefoon. En een baanbrekend internetcommunicatieapparaat. Hij herhaalt de lijst. Een iPod. Een telefoon. Een internetcommunicator. Opnieuw. De beelden wisselen op het scherm achter hem. Het publiek begint te lachen. Ze snappen het. Snapt u het? Jobs pauzeert. De drie iconen op het scherm beginnen samen te smelten. Dit zijn geen drie afzonderlijke apparaten, zegt hij. Dit is één apparaat. En we noemen het iPhone. De zaal explodeert. Applaus, gejuich, ongeloof. Op de eerste rijen zitten journalisten die al jaren over technologie schrijven. Ze weten dat ze iets historisch meemaken. Ergens in het publiek zit Chris DeSalvo, een ingenieur van Google. Later zou hij zeggen: als consument was ik weggeblazen, ik wilde er meteen een. Maar als Google-ingenieur... De zin blijft onafgemaakt, maar de implicatie is duidelijk. De concurrentie beseft dat alles wat ze bouwen zojuist achterhaald is. De iPhone combineert naadloos een telefoon, muziekspeler, camera en internetcommunicatieapparaat in één intuïtief geheel. Niemand heeft dit eerder gezien. Jobs laat de euforie even bezinken. Dan begint hij aan de demonstratie. De iPhone, zegt hij, is een revolutionair en magisch product dat letterlijk vijf jaar voorloopt op elke andere mobiele telefoon. Jobs haalt het apparaat uit zijn zak. Het is klein, elegant, en heeft slechts één knop. Het scherm vult bijna de hele voorkant. Hij legt uit wat de iPhone anders maakt. Geen stylus, geen toetsenbord. We zijn allemaal geboren met het ultieme aanwijsapparaat, zegt hij. Onze vingers. Hij demonstreert de multi-touch interface. Veegt door foto's met zijn vinger. Zoomt in op een afbeelding door zijn vingers uit elkaar te bewegen. Scrolt door contacten met een natuurlijke beweging. Het publiek ziet iets dat niemand eerder heeft gezien. Een telefoon die reageert zoals je verwacht dat hij reageert. Jobs belt live naar een Starbucks om koffie te bestellen. Hij toont de mogelijkheid om een conferentiegesprek te voeren. Hij demonstreert de visuele voicemail, een primeur in de branche waarmee gebruikers voicemails kunnen selecteren en beluisteren zonder de voorgaande berichten te hoeven doorlopen. Hij bespreekt de ingebouwde sensoren: de nabijheidssensor die het scherm uitschakelt wanneer de telefoon naar het oor wordt gebracht, de omgevingslichtsensor die de helderheid automatisch aanpast. Hij toont de internetcommunicatiemogelijkheden met een desktop-class webbrowser genaamd Safari, e-mail en kaarten. Elke functie werkt. Elke demonstratie slaagt. Wat het publiek niet weet, is dat achter de schermen een team van ingenieurs en ontwerpers toekijkt dat tweeënhalf jaar aan dit moment heeft gewerkt. De iPhone die Jobs demonstreert is het resultaat van tweeënhalf jaar ontwikkeling door het team onder leiding van Tony Fadell, Scott Forstall en Jony Ive. Jobs demonstreert de revolutionaire multi-touch interface, waarbij hij benadrukt dat de vingers van de gebruiker het ultieme aanwijsapparaat zijn. Hij toont hoe je door foto's bladert, in- en uitzoomt met knijpbewegingen, en navigeert door de contacten. Als hij het toestel neerlegt, heeft hij de wereld een toekomst laten zien. In de zaal beginnen analisten te rekenen. Investeerders grijpen naar hun telefoons. Concurrenten beseffen dat alles wat ze bouwen opeens hopeloos verouderd is. De iPhone zou pas in juni beschikbaar zijn, voor vierhonderdnegenennegentig dollar voor het vier-gigabyte-model. Maar het zaad is geplant. De smartphone zoals wij die kennen, is zojuist geboren. Wat maakt dit kwartier anders dan andere productlanceringen? Nieuwe telefoons worden elk jaar gepresenteerd. Nieuwe functies worden aangekondigd en vergeten. Het verschil zit in de totaalvisie. Jobs presenteert geen verbeterde telefoon. Hij presenteert een nieuw soort apparaat. Een apparaat dat niet vraagt om aanpassing van de gebruiker, maar dat zich aanpast aan de gebruiker. De multi-touch interface is geen gimmick. Het is een fundamenteel nieuwe manier om met technologie om te gaan. Voor het eerst voelt een computer natuurlijk. Voor het eerst verdwijnt de technologie achter de ervaring. Dit is wat Apple's concurrenten niet zien aankomen. Ze denken in specificaties: meer megapixels, snellere processors. Jobs denkt in ervaringen: hoe voelt het om dit apparaat te gebruiken? Op negenentwintig juni tweeduizendenzeven verschijnt de iPhone in de Amerikaanse winkels. Duizenden mensen staan dagenlang in de rij voor Apple- en A T en T-winkels. De eerste modellen kosten vierhonderdnegenennegentig dollar voor vier gigabyte opslag en vijfhonderdnegenennegentig dollar voor acht gigabyte, in combinatie met een tweejarig A T en T-contract. Kort na de lancering verlaagt Apple de prijs van het acht-gigabyte-model en stopt het vier-gigabyte-model. Vroege kopers zijn ontevreden. Apple compenseert hen met winkelkrediet. Binnen vierenzeventig dagen verkoopt Apple een miljoen exemplaren. In november roept Time Magazine de iPhone uit tot uitvinding van het jaar. Maar de echte revolutie komt later. In tweeduizendacht opent Apple de App Store, na de release van de Software Development Kit in maart van dat jaar. De originele iPhone was gelanceerd met alleen de eigen, ingebouwde apps van Apple. Nu kunnen ontwikkelaars overal ter wereld applicaties bouwen voor het apparaat in je broekzak. Scott Forstall, de man die het softwareteam leidde, was verantwoordelijk voor de creatie van deze App Store en de bijbehorende software development kit. Een nieuwe economie ontstaat. Taxi-apps veranderen transport. Foto-apps veranderen fotografie. Sociale media veranderen communicatie. De smartphone werd het middelpunt van het dagelijks leven voor miljarden mensen wereldwijd. De meeste smartphones zijn directe afstammelingen van wat Jobs die ochtend in San Francisco laat zien. De iPhone populariseert de slate smartphone-vormfactor en de multi-touch technologie, waardoor de afhankelijkheid van stylussen en fysieke toetsenborden verdwijnt. De impact strekt zich uit tot ver buiten de technologie en ontwricht diverse industrieën zoals fotografie, muziek en taxidiensten. De technologie van de originele iPhone was meer vergelijkbaar met toekomstige smartphones dan met zijn directe concurrenten uit tweeduizendenzeven. Steve Jobs overleed op vijf oktober tweeduizendelf in Palo Alto, Californië, ruim meer dan vier jaar na de lancering van de eerste iPhone. Hij was zesenvijftig jaar oud en stierf aan complicaties van alvleesklierkanker, een ziekte die in tweeduizendendrie bij hem werd vastgesteld. In tweeduizendvier onderging hij een operatie. In juni tweeduizendnegen onderging hij een levertransplantatie. Op vierentwintig augustus tweeduizendelf trad hij af als CEO van Apple en werd hij voorzitter van de raad van bestuur. In tweeduizendtweeëntwintig ontving hij postuum de Presidential Medal of Freedom. Hij zag nog net hoe zijn creatie de wereld veroverde. Vandaag is de smartphone zo vanzelfsprekend dat we vergeten hoe recent hij is. Kinderen groeien op met schermen die reageren op aanraking. Volwassenen kunnen zich een leven zonder de smartphone niet meer voorstellen. En ergens in San Francisco staat nog steeds het conferentiecentrum waar het allemaal begon. Moscone West, waar een man in een zwarte coltrui drie producten aankondigde die één apparaat bleken te zijn. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om de telefoon opnieuw uit te vinden. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Stel dat Jobs die ochtend niet op het podium had gestaan. Stel dat de iPhone was gecrasht tijdens de demonstratie. De technologie zou niet verdwenen zijn. Multi-touch bestond al in laboratoria. Andere bedrijven werkten aan vergelijkbare concepten. Maar zonder die presentatie, zonder die perfecte demonstratie, had de revolutie er anders uitgezien. Langzamer misschien. Minder elegant zeker. Jobs verkocht geen telefoon die ochtend. Hij verkocht een droom. Een droom van technologie die zo intuïtief was dat ze onzichtbaar werd. Andere bedrijven hadden de technologie kunnen bouwen. Maar alleen Apple had Steve Jobs. En alleen Steve Jobs kon tweeduizend cynische techneuten laten juichen voor een telefoon die ze nog niet eens konden kopen. Moscone West staat er nog steeds. Conferenties komen en gaan. Maar ergens in dat gebouw hangt nog de echo van die ochtend in januari tweeduizendenzeven. Een man in een zwarte coltrui. Een apparaat dat niet mocht falen. En een publiek dat getuige werd van het moment dat de wereld in hun broekzak paste. De nasleep duurt nog steeds voort. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.