Het Beslissende Kwartier Het bombardement op Rotterdam Historisch moment: 14 mei 1940 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/het-bombardement-op-rotterdam.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Rotterdam, veertien mei negentienveertig. Het is half elf in de ochtend. Aan de zuidrand van de stad staan Duitse pantserwagens. Vier dagen lang heeft het Nederlandse leger zich vastgebeten in de Maasbruggen. De Duitsers bezetten de zuidoever, de Nederlanders houden het noorden bezet. Tussen hen in stroomt de Nieuwe Maas. De oorlog ligt hier letterlijk stil op het water. Op dit uur passeert een Duitse officier de Nederlandse linie met een document onder zijn arm. Een ultimatum. De stad krijgt twee uur de tijd om te capituleren. De tekst is onverbiddelijk: volledige vernieling van de stad is het alternatief. Dit is Het Beslissende Kwartier. Het bombardement op Rotterdam. In Den Haag zit Henri Gerard Winkelman. Drieënzestig jaar, generaal, en sinds begin februari opperbevelhebber van de strijdkrachten. Hij was de tweede keuze; zijn voorganger vertrok na een ruzie over de strategie. Winkelman kreeg de loodzware taak op de valreep van de oorlog. Gisteren, dertien mei, vertrok koningin Wilhelmina op zijn dwingend advies naar Londen. Het kabinet volgde haar. Vanaf dat moment rust al het gezag in Nederland op de schouders van één man: Winkelman. De vorst is weg, de regering is weg, de generaal staat alleen. Vier dagen heeft het Nederlandse leger het Duitsers moeilijk gemaakt. Het plan was: in één dag door Nederland. Dat lukte niet. De bruggen over de grote rivieren werden bezet door Nederlandse parachutisten die de Duitsers tegehielden, de luchtlandingen bij Den Haag en Rotterdam mislukten deels, het verzet hield stand. Maar Winkelman weet dat dit niet eeuwig kan duren. Hij hoopt op de Fransen die vanuit het zuiden naderen. Alles hangt af van één vraag: houdt Rotterdam lang genoeg stand? Rond half elf ontvangt kolonel Pieter Scharroo in Rotterdam het ultimatum. Scharroo is de kantonnementscommandant, een nuchtere genie-officier. Hij leest het document samen met burgemeester Pieter Oud. Scharroo is woedend. Het document mist een handtekening, een rang, een naam. Er staat slechts: de commandant van de Duitse troepen. Aan de telefoon met Winkelman noemt Scharroo het papier minachtend een vod. Winkelman is de enige die mag besluiten over overgave, maar hij volgt het advies van zijn kolonel: stuur het terug. Eis een geldig document. Win tijd. Om kwart voor twaalf vertrekt een Nederlandse officier naar de overkant. Daar ontvangt de Duitse generaal Rudolf Schmidt het verzoek. Hij begrijpt de militaire etiquette en geeft toe. Via de radio stuurt hij een bevel naar de Luftwaffe: stel het bombardement uit. Maak een nieuw ultimatum. Op het Stieltjesplein in Rotterdam-Zuid wacht kapitein Backer onder een witte vlag. Schmidt overhandigt hem persoonlijk het nieuwe, ondertekende document. Het is inmiddels één uur 's middags. Backer keert direct om. Hij moet zo snel mogelijk terug naar Scharroo aan de noordkant. Terwijl Backer over de brug rent, nadert de oorspronkelijke deadline. Schmidt staat op het plein en kijkt omhoog. Hij vertrouwt op zijn radiobericht. Wat hij niet weet, is dat de lange sleepantennes van de bommenwerpers al zijn ingetrokken voor de aanval. Ze horen hem niet. Boven het oosten verschijnen de eerste formaties. Heinkel honderd elf-bommenwerpers, zware machines, volgeladen met brisantbommen. Ze vliegen in twee groepen: een eskader vanuit het zuiden en een groter blok van vierenvijftig toestellen vanuit het oosten. Hun doelwit: de historische binnenstad. Op de grond lossen de Duitse parachutisten wanhopig rode lichtkogels. Het afgesproken signaal voor niet vallen. Maar de rook van de eerdere gevechten hangt dik boven de Maas. De piloten turen door hun glazen neuzen. Het is dertien over half twee. Het centrum van de stad trilt. Het is een heldere lentedag. De zon weerkaatst in de ruiten van de statige panden aan de Coolsingel. Er is geen luchtalarm, geen schuilkelder. Mensen lopen op straat. De binnenstad is een doolhof van hout en steen: smalle stegen, hoge gevels, droge zolderbalken. De zevenjarige Jopie van Asch ziet de wereld uit elkaar vallen. Ze zou later vertellen hoe ze militairen door de lucht zag vliegen en hoe het gillen van de mensen werd overstemd door het blaffen van dolgedraaide honden. Ze voelde geen paniek, zei ze. Alleen de totale overgave aan het lot. De redding komt voor de helft te laat. Het zuidelijke eskader ziet de rode lichtkogels wél boven de rook uitkomen. De piloten breken de aanval af en lozen hun bommen in de velden van de Hoekse Waard, bij het dorp Strijen. Maar het oostelijke eskader ziet niets. Vierenvijftig toestellen openen hun bommenluiken boven het hart van Rotterdam. Op het Stieltjesplein ziet generaal Schmidt de catastrofe gebeuren. Hij ziet zijn eigen bommen vallen op de stad waarmee hij net een akkoord heeft bereikt. Hij roept vertwijfeld dat dit een ramp is. Een catastrofe die hij niet meer kan stoppen. De bommen vernietigen de gebouwen, maar het vuur vernietigt de stad. Een van de eerste voltreffers raakt de hoofdwaterleiding. De druk valt weg. De volgende inslag scheurt de gasleidingen open. Op tientallen plekken tegelijk breken branden uit. De brandweer rolt de slangen uit, draait de kranen open, maar er komt niets. Boven de stad staat een matige bries, maar het vuur creëert zijn eigen wetten. De hitte zuigt zuurstof aan en veroorzaakt een vuurstorm die door de smalle straten jaagt als door een schoorsteen. Alles brandt. Student Reinier Brentjes schrijft in zijn dagboek dat het elektrische licht uitvalt. De radio zwijgt. Hij ziet hoe de vliegtuigen blijven komen en hoe alles genadeloos tegen de vlakte gaat. Hij weet niet hoe lang het duurt. Niemand weet het meer. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. De aanval duurt nog geen kwartier. Dan keren de Heinkels terug naar hun bases in Duitsland. Wat achterblijft is een rokende krater. Het zeventiende-eeuwse hart van Rotterdam is weg. Kerken, winkels, eeuwenoude gevels: as. Tussen de zeven- en negenhonderd mensen zijn dood. Tachtigduizend Rotterdammers hebben geen huis meer om naar terug te keren. Vijfentwintigduizend woningen zijn van de kaart geveegd. De brand woedt vier dagen door. Pas op achttien mei dooft het vuur volledig. Van de binnenstad, een gebied van bijna honderdvijftig hectare, restte nauwelijks een muur die nog overeind stond. De Laurenskerk, de gotische trots van de stad, brandde tot op de muren uit. Alleen de toren bleef staan, zwartgeblakerd, als een uitroepteken boven de ruïne. Aan het eind van de middag bereikt het nieuws Den Haag. Kort daarna volgt een tweede Duits bericht: als Nederland niet nu capituleert, is Utrecht de volgende. Daarna Amsterdam. Winkelman hoeft de foto's van Rotterdam niet te zien om te begrijpen wat dit betekent. Hij realiseert zich dat zijn leger de burgerbevolking niet meer kan beschermen. In een radiorede verklaart hij dat verder vechten zinloos is. Utrecht en andere grote steden moeten dit lot bespaard blijven. Het was een beslissing die hem zijn militaire loopbaan zou kosten. Maar hij twijfelde niet. De Nederlandse burgerbevolking, niet de militaire eer, was zijn eerste verantwoordelijkheid. De capitulatie gold voor het overgrote deel van het Nederlandse grondgebied — maar niet voor Zeeland, niet voor de koloniën, en niet voor de troepen die al naar Engeland waren uitgeweken. De volgende dag, vijftien mei, tekent Winkelman de capitulatie in een lagere school in Rijsoord. Hij is verslagen, maar niet gebroken. "Wij zetten de oorlog door," zegt hij tegen de aanwezigen. Hij doelt op de marine en de troepen in Zeeland, waar de strijd nog dagen zal duren. Maar voor het hart van Nederland is het voorbij. De bezetting is begonnen. Vijf jaar zouden de Nederlanders bezet zijn. Vijf jaar van razzia's, deportaties en hongerwinter. Meer dan honderdduizend Nederlandse Joden werden vermoord. Het was een bezetting die Nederland voorgoed veranderde — politiek, maatschappelijk, psychologisch. En ze begon op de middag van veertien mei negentienveertig, toen Winkelman zijn naam zette onder de capitulatie in dat schoolgebouw in Rijsoord. De mannen die deze dag bepaalden, vonden elk hun eigen einde. Generaal Schmidt viel later in ongenade bij Hitler en eindigde na de oorlog elf jaar in een Sovjet-gevangenis. Hermann Göring, de man die vanuit Berlijn aandrong op het bombardement, slikte een cyanidepil in zijn cel in Neurenberg. Kolonel Scharroo werd nooit onderscheiden voor zijn koppige verzet op de Maasbruggen. Hij ging na de oorlog met pensioen en bleef actief in het Internationaal Olympisch Comité. Winkelman zelf werd door de Duitsers afgevoerd als krijgsgevangene. Na de oorlog ontving hij de Militaire Willems-Orde. Hij stierf in negentientweeënvijftig in Soesterberg. Het hart van Rotterdam kwam nooit terug. Er verrees een nieuwe, moderne stad met brede boulevards. Maar wie goed kijkt, ziet de brandgrens van veertien mei nog steeds in het wegdek liggen. Een litteken van vijftien minuten die alles veranderden. Stel je voor dat het anders was gelopen. Als de sleepantennes van de bommenwerpers nog uitgestoken waren geweest, had Schmidts radioorder hen bereikt. De aanval was afgeblazen. Het nieuwe, ondertekende ultimatum was aan Scharroo overhandigd. Die had Winkelman gebeld. Er was meer tijd geweest. Misschien een dag. Misschien twee. Maar historici zijn er nooit over eens geworden of die extra tijd iets had veranderd. De Fransen kwamen niet ver genoeg. Het Nederlandse leger had zijn grenzen bereikt. De val van Rotterdam versnelde wat velen als onvermijdelijk beschouwen. Anderen zeggen dat elke dag uitstel levens kon redden. Dat elke dag die de Nederlanders wonnen, duizenden Joodse vluchtelingen meer tijd gaf om te ontsnappen. We zullen het nooit weten. Wat we weten is dit: vijftien minuten scheidden een akkoord van een ramp. Vijftien minuten waarin de antennes van de bommenwerpers al waren ingetrokken, Schmidts stem al door de ether vloog zonder dat iemand hem hoorde. Rotterdam, veertien mei negentienveertig. Dertien over half twee. In een onopvallend kantoorgebouw overhandigt Backer het nieuwe ultimatum aan Scharroo. Buiten is de lucht helder. In het zuiden nadert een formatie vliegtuigen. Niemand weet nog wat er gaat gebeuren. Het beslissende kwartier is voorbij. De rest is geschiedenis die nog geschreven moest worden — en vijfentachtig jaar later nog steeds wordt gelezen, in de contouren van een stad die zichzelf opnieuw uitvond. Vond je deze aflevering de moeite waard? Like, abonneer en deel de podcast met iemand die dit ook moet horen. Je vindt ons op Spotify, Apple Podcasts en alle andere podcastplatformen. Suggesties voor nieuwe afleveringen? Mail 15minuten@doorzetters.net. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.