Het Beslissende Kwartier Het hart van een ander Historisch moment: 3 december 1967 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/het-hart-van-een-ander.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Kaapstad, Zuid-Afrika. Drie december negentienzevenenzestig. Het is vijf uur vijfenveertig in de ochtend. In operatiekamer A van het Groote Schuur Ziekenhuis brandt fel wit licht. De lucht ruikt naar ontsmettingsmiddel en spanning. Rond de operatietafel staan dertig mensen. Chirurgen, anesthesisten, verpleegkundigen. Allemaal kijken ze naar hetzelfde punt. Naar de openliggende borstkas van een vijfenvijftigjarige kruidenier uit Kaapstad. Louis Washkansky. Zijn eigen hart is verdwenen. De holte waar het vijfenvijftig jaar heeft geklopt, is leeg. Naast hem, in een kom met ijskoud water, ligt het hart van een ander mens. Het hart van Denise Darvall, vijfentwintig jaar oud, gisteravond nog springlevend. Nu hersendood na een auto-ongeluk. Chirurg Christiaan Barnard buigt zich voorover. In zijn handen houdt hij het hart dat hij zo dadelijk zal transplanteren. Nooit eerder heeft een mens een ander mensenhart ontvangen en daarna geleefd. Dit is het moment waarop de geneeskunde voorgoed zal veranderen. Dit is Het Beslissende Kwartier. Vijftien minuten die de grenzen van leven en dood hebben herschreven. Louis Washkansky is een vechter. Geboren in negentientwaalf, opgegroeid in de joodse gemeenschap van Kaapstad. Hij heeft als jonge man gevoetbald, gezwommen en aan gewichtheffen gedaan. Maar diabetes en jaren van roken hebben zijn lichaam gesloopt. Meerdere hartaanvallen hebben zijn hartspier verwoest. Wat overblijft is een orgaan dat nauwelijks nog pompt. Hartfalen in het eindstadium. Zijn cardioloog heeft hem de waarheid verteld. Zonder ingrijpen heeft hij nog weken te leven. Misschien dagen. De conventionele geneeskunde kan niets meer voor hem doen. Er is maar één optie. Een experimentele optie. Een transplantatie. Wanneer Barnard hem de risico's uitlegt, aarzelt Washkansky geen moment. Later zal de chirurg zijn woorden herhalen. Als een leeuw je naar de oever van een rivier vol krokodillen jaagt, spring je het water in. Je weet dat de kans klein is. Maar zonder de leeuw zou je nooit springen. Louis Washkansky heeft een leeuw in zijn borstkas. Zijn eigen falende hart. Hij is klaar om te springen. Christiaan Barnard is vijfenveertig jaar oud en brandt van ambitie. Geboren in een arm domineesgezin in Beaufort West, heeft hij zich omhooggewerkt tot een van de beste hartchirurgen van het Afrikaanse continent. Tussen negentienzesenvijftig en negentienachtenvijftig trainde hij in de Verenigde Staten, waar hij de nieuwste technieken leerde van pioniers als Norman Shumway en Richard Lower. Zij voerden al jaren succesvolle harttransplantaties uit op honden. De techniek bestaat. De vraag is alleen: wie durft het als eerste bij een mens? Barnard durft. Hij heeft honderden openhartoperaties uitgevoerd. Twee maanden eerder, in oktober negentienzevenenzestig, transplanteerde hij succesvol een nier. Hij kent de immuunonderdrukkende medicatie. Hij kent de risico's. En hij weet dat chirurgen over de hele wereld hetzelfde moment afwachten. De perfecte donor. De perfecte ontvanger. Op twee december negentienzevenenzestig komen beide samen in Kaapstad. Denise Darvall, een jonge vrouw, wordt die middag om vier uur binnengebracht na een auto-ongeluk. Haar moeder is ter plekke overleden. Zijzelf is hersendood. Haar vader Edward geeft toestemming. Het hart mag naar Washkansky. Het is vijf uur dertig in de ochtend van drie december negentienzevenenzestig. In de operatiekamer nadert vijf uur chirurgisch werk zijn climax. Barnard heeft Darvalls hart voorzichtig verwijderd nadat hij haar van de beademing haalde en wachtte tot haar hart volledig stilviel. Een juridische voorzorgsmaatregel in een tijd waarin hersendood nog geen wettelijke definitie heeft. Nu ligt het hart in de ijskoude oplossing. Het moet snel gaan. Elke minuut zonder bloedtoevoer beschadigt het weefsel. Barnards team heeft de verbindingen voorbereid. De grote bloedvaten van Washkansky liggen klaar om aan het nieuwe hart gehecht te worden. Barnard plaatst het donorhart in de lege borstholte. Het past. Natuurlijk past het. Een mensenhart in een menselijk lichaam. Maar dit is geen natuurlijke situatie. Dit is het overschrijden van een grens die niemand eerder heeft overschreden. De chirurg begint met hechten. Eerst de achterwand van het linker atrium. Dan de rechter. Elke steek moet perfect zijn. De hechtingen zijn voltooid. Barnards handen trillen niet. Kunnen niet trillen. Te veel hangt af van dit moment. Het team herstelt de bloedcirculatie. Warm bloed stroomt voor het eerst door de kransslagaders van Denise Darvalls hart, nu in de borstkas van Louis Washkansky. Het orgaan kleurt van grijs naar roze. Maar het klopt niet. Het hart ligt stil in de holte. Nat, levend weefsel dat weigert te ontwaken. Barnard grijpt naar de defibrillator. Dit is het moment. Alles of niets. Een elektrische schok doortrekt de hartspier. Niets. Nog een schok. En dan. Beweging. Een trilling door het weefsel. Het linker ventrikel contraheert. Daarna het rechter. Het hart van Denise Darvall, vijfentwintig jaar, overleden aan hoofdletsel, begint te kloppen in de borstkas van Louis Washkansky, vijfenvijftig jaar, stervende aan hartfalen. Het pompt. Het leeft. De klok boven de operatiekamerdeur wijst bijna zes uur aan. Buiten begint de Zuid-Afrikaanse zon boven de Tafelberg te klimmen. Binnen staart het operatieteam naar iets wat nog nooit is vertoond. Een getransplanteerd mensenhart dat zelfstandig klopt. Barnard controleert de druk. Het ritme. De output. Alles functioneert. Het hart van een jonge vrouw doet zijn werk in het lichaam van een oudere man. De biologie accepteert wat de natuur nooit had voorzien. Om zes uur gaat er een telefoon in een huis in Kaapstad. Ann Washkansky neemt op. Aan de andere kant van de lijn hoort ze dat haar man de operatie heeft overleefd. Dat hij een nieuw hart heeft. Dat de medische geschiedenis is herschreven terwijl zij sliep. De operatie is voltooid. Vijf tot zes uur na de eerste incisie ligt Louis Washkansky op de intensive care met een hart dat niet het zijne is. Het beslissende kwartier, het moment waarop Barnard het nieuwe hart tot leven wekte, heeft de geneeskunde voorgoed veranderd. Louis Washkansky wordt wakker. Hij ademt. Hij praat. Wanneer Barnard hem vraagt hoe hij zich voelt, antwoordt hij met droge humor. Je beloofde me een nieuw hart. Ik neem aan dat je het me gegeven hebt. De wereldpers stormt op Kaapstad af. Elk uur worden updates verspreid over de toestand van de man met andermans hart. Barnard, gisteren nog een onbekende chirurg uit Zuid-Afrika, is vandaag de beroemdste dokter ter wereld. Zaterdag was ik een chirurg in Zuid-Afrika, vrijwel onbekend. Maandag was ik wereldberoemd. Zijn eigen woorden. Washkansky herstelt. Hij staat op. Hij loopt door de gang. Het nieuwe hart pompt krachtig. Maar zijn immuunsysteem is uitgeschakeld met zware medicatie om afstoting te voorkomen. Achttien dagen na de transplantatie slaat longontsteking toe. Zijn verzwakte lichaam kan de infectie niet bestrijden. Op eenentwintig december negentienzevenenzestig sterft Louis Washkansky aan longontsteking. Niet aan een falend hart. Aan de prijs die betaald moest worden om dat hart te laten functioneren. De eerste harttransplantatie ontketent een wereldwijde discussie die ver voorbij de operatiekamer reikt. Wanneer is een mens dood? Denise Darvall had een kloppend hart toen Barnard haar van de beademing haalde. Haar hersenen functioneerden niet meer, maar juridisch bestond hersendood in negentienzevenenzestig niet. Barnard loste het pragmatisch op. Hij wachtte tot haar hart volledig stilviel voordat hij het verwijderde. Maar de vraag bleef hangen. Hadden ze een stervende vrouw gedood om een stervende man te redden? In de jaren na de transplantatie worstelen medici, ethici en wetgevers wereldwijd met deze vragen. De definitie van hersendood wordt vastgelegd in protocollen. Orgaandonatie krijgt wettelijke kaders. De grens tussen leven en dood, eeuwenlang een metafysisch raadsel, wordt een kwestie van meetbare hersenactiviteit en ondertekende formulieren. Christiaan Barnard heeft niet alleen een hart verplaatst. Hij heeft de mensheid gedwongen na te denken over wat het betekent om te sterven. Een maand na Washkansky opereert Barnard opnieuw. Philip Blaiberg ontvangt het tweede getransplanteerde hart ter wereld. Hij leeft negentien maanden. Een doorbraak. Maar de euforie is van korte duur. Wereldwijd proberen chirurgen Barnards succes te herhalen. De meeste patiënten sterven binnen weken aan afstoting of infectie. Eind negentienachtenzestig daalt het aantal transplantaties drastisch. De techniek werkt. Het immuunsysteem niet. Pas in de jaren tachtig verandert alles. Een nieuw medicijn, ciclosporine, maakt effectieve immuunonderdrukking mogelijk zonder het lichaam volledig weerloos te maken. Harttransplantatie wordt een realistische behandeling voor terminale hartpatiënten. Vandaag leven duizenden mensen met het hart van een donor. De weg daarheen begon in een operatiekamer in Kaapstad, in de vroege uren van drie december negentienzevenenzestig. Met een chirurg die durfde, een patiënt die niets te verliezen had, en een jonge vrouw wier dood betekenis kreeg doordat haar hart bleef kloppen. Christiaan Barnard werd na die nacht een internationale beroemdheid. Hij bleef tot negentiendrieëntachtig chirurg in het Groote Schuur Ziekenhuis en werd directeur van de faculteit Geneeskunde van de Universiteit van Kaapstad. Zijn handen, aangetast door reuma, dwongen hem in negentiendrieëntachtig te stoppen met opereren. Hij stierf in tweeduizendeen, achtenzeventig jaar oud, aan een astma-aanval. De ironie ontging niemand. Louis Washkansky leefde achttien dagen met het hart van Denise Darvall. Kort genoeg om vergeten te worden als mislukking, lang genoeg om te bewijzen dat het kon. Denise Darvall, vijfentwintig jaar, was op twee december negentienzevenenzestig met haar moeder op pad toen een auto-ongeluk hun leven voorgoed veranderde. Een dronken chauffeur veranderde die boodschap in een historisch moment. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om te bewijzen dat een mensenhart van de ene borstkas naar de andere kan reizen en daar kan blijven kloppen. Vijftien minuten waarin de geneeskunde leerde dat de dood niet altijd het laatste woord heeft. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Wat als Barnard had gewacht? In de Verenigde Staten stonden Norman Shumway en Richard Lower klaar. Zij hadden jarenlang onderzoek gedaan, honderden honden geopereerd, de techniek verfijnd. Zij waren voorzichtiger. Zij wilden zekerheid over de juridische status van hersendood, over de langetermijneffecten van immuunonderdrukking. Had een van hen de eerste transplantatie uitgevoerd in Boston of Stanford, dan was het debat over hersendood misschien anders verlopen. Amerika had strengere protocollen, meer juridische voorzichtigheid. De definitie van dood was daar al onderwerp van academische discussie voordat Barnard zijn scalpel optilde. Maar Barnard wachtte niet. Zuid-Afrika had minder bureaucratie, meer chirurgische vrijheid, en een dokter die bereid was zijn reputatie op het spel te zetten voor een primeur. De geschiedenis beloont niet altijd de meest zorgvuldige. Soms beloont ze de snelste. De eerste harttransplantatie vond plaats in Afrika, niet in Amerika. Door een man die begreep dat soms handelen belangrijker is dan wachten. Het is ochtend in Kaapstad. Drie december negentienzevenenzestig. De zon staat inmiddels boven de Tafelberg. In het Groote Schuur Ziekenhuis ligt een man met een nieuw hart. Buiten wacht de wereld op nieuws. Binnen luisteren artsen naar een hartslag die niet had moeten bestaan. Het hart van Denise Darvall, vijfentwintig jaar, klopt in de borstkas van Louis Washkansky, vijfenvijftig jaar. Twee vreemden, verbonden door een auto-ongeluk en de ambitie van een chirurg. De toekomst van de geneeskunde is zojuist herschreven door dertig mensen in een operatiekamer aan de zuidpunt van Afrika. Zij weten het nog niet, maar vandaag begint een nieuw tijdperk. Een tijdperk waarin het menselijk lichaam niet langer eindig hoeft te zijn. Waarin onderdelen vervangen kunnen worden. Waarin de dood een onderhandelingspartner wordt in plaats van een eindstation. Het hart klopt. Het leven gaat door. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.