Het Beslissende Kwartier Wi-Fi: Vic Hayes uit Nieuwegein verbindt de wereld Historisch moment: 26 juni 1997 https://hetbeslissendekwartier.nl/afleveringen/wi-fi-vic-hayes-uit-nieuwegein-verbindt-de-wereld.html Transcript (op basis van het script) Deze leesversie is gebaseerd op het afleveringsscript. De tekst is niet woordelijk gecontroleerd tegen de uiteindelijke audio. Regieaanwijzingen en productienotities zijn weggelaten. Piscataway, New Jersey. Zesentwintig juni negentienzevenennegentig. Het is tien uur 's ochtends. In een onopvallende vergaderzaal van het Institute of Electrical and Electronics Engineers zitten twintig mannen en vrouwen rond een ovale tafel. De airconditioning zoemt. Buiten schijnt de junizon op het parkeerterrein. Niemand let erop. Op tafel liggen stapels technische documenten, honderden pagina's dik. Diagrammen van frequentiebanden. Specificaties van protocollen. Zeven jaar werk, samengevat in droge ingenieursnotaties. Een Nederlander van vijfenvijftig, geboren in Surabaya, zit aan het hoofd van de tafel. Zijn naam is Vic Hayes. Vandaag beslist de raad over zijn levenswerk. Over een standaard die de wereld zal veranderen, al weet nog niemand in deze kamer hoezeer. Over vijftien minuten valt het besluit dat bepaalt of miljarden apparaten ooit met elkaar zullen kunnen praten. Of dat draadloze communicatie voor altijd versnipperd blijft. Dit is Het Beslissende Kwartier. De Nederlander die de wereld verbond. Vic Hayes groeit op in een wereld van draden. Geboren in negentieneenenveertig in Nederlands-Indië, verhuist hij als kind naar Nederland. Hij studeert elektrotechniek en komt terecht bij NCR in Nieuwegein, een Amerikaans bedrijf dat kasregisters maakt. In de jaren tachtig werkt hij daar aan iets revolutionairs. Draadloze netwerken. Computers die zonder kabels met elkaar communiceren. Het klinkt als sciencefiction, maar Hayes en zijn collega Cees Links bouwen werkende prototypes. Ze noemen het WaveLAN. Het probleem is dat elk bedrijf zijn eigen systeem ontwikkelt. Motorola heeft er een. Symbol Technologies heeft er een. AT en T heeft er een. Geen van die systemen kan met de andere praten. Het is alsof elke autofabrikant zijn eigen verkeersborden gebruikt. Hayes begrijpt dat dit de dood betekent voor draadloze netwerken. Zonder een gemeenschappelijke taal zal de technologie nooit doorbreken. In negentiennegentig neemt Hayes een besluit dat zijn carrière zal bepalen. Hij richt een werkgroep op binnen de ai-tripel-ie, de internationale organisatie die technische standaarden vaststelt. De werkgroep krijgt een droge naam. Achthonderdtwee punt elf. De opdracht is helder. Ontwerp een universele standaard voor draadloze lokale netwerken. Hayes wordt voorzitter. Het is een ondankbare taak. De werkgroep telt honderddertig leden. Allemaal vertegenwoordigers van concurrerende bedrijven. Allemaal hebben ze miljoenen geïnvesteerd in hun eigen technologie. Ze zijn concurrenten, zegt Hayes later, en ze hebben allemaal miljoenen erin gestoken. Toch moet je van hen een team maken. Toch moeten ze tot overeenstemming komen. Zeven jaar lang reist Hayes de wereld rond. Vergadering na vergadering. Compromis na compromis. Technische discussies die tot diep in de nacht duren. Langzaam, heel langzaam, groeit er consensus. Het is tien uur tweeëntwintig wanneer de voorzitter van de Standards Board het woord neemt. Op de agenda staat item zeven. Goedkeuring van de ai-tripel-ie achthonderdtwee punt elf standaard. Hayes voelt zijn hart bonzen. Dit is het moment waarop alles samenkomt. Zeven jaar onderhandelen. Duizenden uren vergaderen. Eindeloze technische debatten over frequentiebanden en toegangsprotocollen. De voorzitter somt de belangrijkste specificaties op. De standaard definieert hoe apparaten toegang krijgen tot het draadloze medium. Hoe ze interferentie vermijden. Hoe ze data verpakken en versturen. De initiële snelheid is bescheiden. Een tot twee megabits per seconde. Maar dat is niet waar het om gaat. Het gaat om interoperabiliteit. Om de belofte dat elk apparaat met elk ander apparaat kan praten. De boardleden stellen vragen. Technische details worden verhelderd. Hayes antwoordt rustig, precies, met de zekerheid van iemand die elk aspect van het document kent. Dan komt het moment van stemming. De voorzitter vraagt wie voor goedkeuring is. Handen gaan omhoog. Een voor een. Unaniem. De standaard is goedgekeurd. Hayes knikt. Misschien glimlacht hij. Misschien denkt hij aan al die vergaderingen in hotelzalen over de hele wereld. Aan de collega die hem ooit aanmoedigde. Vic, je kunt dit. Buiten schijnt de zon nog steeds. De airconditioning zoemt nog steeds. Maar iets fundamenteels is veranderd. Er bestaat nu een gemeenschappelijke taal voor draadloze netwerken. Een protocol dat fabrikanten kunnen implementeren. Een basis waarop een industrie kan worden gebouwd. Wat de mensen in die vergaderzaal niet kunnen weten, is hoe groot die industrie zal worden. De standaard die zij zojuist hebben goedgekeurd, is nog onvolmaakt. De snelheden zijn te laag voor brede adoptie. De kosten van de chips zijn te hoog. De interoperabiliteit moet nog in de praktijk worden bewezen. Maar de fundering is gelegd. En funderingen zijn alles. Zonder een gemeenschappelijke standaard zou elke fabrikant zijn eigen eiland blijven. Zonder interoperabiliteit zou draadloze communicatie een niche blijven. Een speeltje voor ingenieurs. Een curiositeit op technologiebeurzen. De beslissing van deze junidag maakt iets anders mogelijk. Ze zorgt ervoor dat een student in een koffiebar verbinding maakt met hetzelfde netwerk als een zakenman op een luchthaven. Dat een telefoon, een laptop en een televisie dezelfde taal spreken. De maanden na de goedkeuring zijn stil. De standaard wordt gepubliceerd in november negentienzevenennegentig. Fabrikanten bestuderen de specificaties. De eerste producten verschijnen. Ze zijn duur. Ze zijn traag. De markt reageert lauw. Hayes en zijn team werken door. Twee jaar later komt de doorbraak. In negentiennegenennegentig wordt de achthonderdtwee punt elf bee standaard uitgebracht. De snelheid springt naar elf megabits per seconde. In hetzelfde jaar richten bedrijven de Wireless Ethernet Compatibility Alliance op. Een organisatie die producten test en certificeert. Die garandeert dat apparaten van verschillende fabrikanten daadwerkelijk samenwerken. De alliantie bedenkt een merknaam. Een naam die beter klinkt dan achthonderdtwee punt elf. Ze noemen het Wi-Fi. Het is een marketingterm, bedacht door een reclamebureau. Het betekent niets. Het betekent alles. Maar de doorbraak naar het grote publiek komt van een onverwachte kant. In negentienachtennegentig presenteert Cees Links, de oude collega van Hayes uit Nieuwegein, de draadloze technologie aan Steve Jobs van Apple. Een jaar later, in negentiennegenennegentig, bouwt Apple Wi-Fi in zijn iBook, onder de naam AirPort. Draadloos internet zit nu in een laptop die het grote publiek koopt. Wat een technische standaard was, wordt een consumentenproduct. De adoptie versnelt. En de uitvinding uit een laboratorium in Nieuwegein begint aan haar wereldwijde opmars. De weg naar die vergaderzaal in New Jersey begint decennia eerder. In negentieneenenzeventig lanceert de Universiteit van Hawaï het ALOHAnet. Een experimenteel draadloos netwerk dat eilanden verbindt. Het bewijst dat data door de lucht kan reizen. In negentienvijfentachtig neemt de Amerikaanse FCC een cruciale beslissing. Ze stelt bepaalde radiofrequenties vrij voor ongelicenseerd gebruik. De zogenaamde ie-es-em-banden. Iedereen mag ze gebruiken. Geen vergunning nodig. Die beslissing opent de deur. Bedrijven beginnen te experimenteren. NCR in Nieuwegein. Motorola in Amerika. Symbol Technologies. AT en T. Iedereen bouwt zijn eigen systeem. Iedereen spreekt zijn eigen taal. Het is een Babylonische spraakverwarring. Hayes ziet het probleem. Hayes ziet de oplossing. En Hayes heeft het geduld om zeven jaar lang te werken aan die oplossing. Vandaag zijn er meer dan achttien miljard Wi-Fi-apparaten in gebruik. Elke smartphone. Elke laptop. Elke smart-televisie. Elke thermostaat die je vanaf je telefoon bedient. Ze gebruiken allemaal de standaard die op die junidag in negentienzevenennegentig werd goedgekeurd. Of liever, ze gebruiken de nakomelingen van die standaard. Wi-Fi vier. Wi-Fi vijf. Wi-Fi zes. Elke generatie sneller, betrouwbaarder, efficiënter. Maar allemaal gebouwd op dezelfde fundering. Allemaal sprekend dezelfde basistaal. De economische impact is niet te berekenen. Hele industrieën bestaan bij de gratie van draadloze connectiviteit. Streamingdiensten. Cloudopslag. Het Internet of Things. Geen van die dingen zou mogelijk zijn zonder de beslissing van een handvol ingenieurs in een vergaderzaal in New Jersey. Vic Hayes krijgt later de eretitel Vader van Wi-Fi. Hij draagt die met bescheidenheid. Hij weet dat hij deel uitmaakte van iets groters. Van een collectieve inspanning. Van honderden ingenieurs die samen iets bouwden wat geen van hen alleen had gekund. Pas toen ik het zelf begon te gebruiken, zegt hij later, begreep ik hoe nuttig het was. Het is een opmerkelijke uitspraak. De man die zeven jaar werkte aan de standaard, begrijpt pas achteraf wat hij heeft gemaakt. Misschien is dat het lot van pioniers. Ze zien de contouren van de toekomst, maar niet het volledige plaatje. Ze leggen funderingen zonder precies te weten wat erop gebouwd zal worden. Vijftien minuten. Dat was alles wat het kostte om een wereld zonder draden mogelijk te maken. Even tussendoor. Vind je dit een interessante podcast? Abonneer je dan via Spotify, Apple Podcasts of waar je ook luistert. En heb je een vraag, opmerking of suggestie voor een aflevering? Mail ons: 15minuten@doorzetters.net. Stel je een wereld voor waarin de stemming anders was verlopen. Waarin de boardleden hadden besloten dat de standaard nog niet rijp was. Nog een jaar studie nodig. Nog meer compromissen. In die wereld zou de versnippering zijn doorgegaan. Elke fabrikant zijn eigen systeem. Elke luchthaven een ander netwerk. Elke koffiebar incompatibele apparatuur. De kabelindustrie zou hebben gezegevierd. We zouden nog steeds met ethernetkabels door kantoren kruipen. Smartphones zouden afhankelijk zijn van dure mobiele data. Het internet zou trager zijn gegroeid. Minder alomtegenwoordig. Minder democratisch. Als het niet interoperabel was geweest tot het niveau van vandaag, zegt een ingenieur later, was het een dode technologie geweest. Interoperabiliteit. Dat was de belofte die Hayes en zijn werkgroep nakwamen. Dat apparaten met elkaar zouden kunnen praten. Dat de toekomst draadloos zou zijn. Het is stil geworden in de vergaderzaal. De boardleden pakken hun spullen. Hayes verzamelt zijn documenten. Buiten wacht een taxi die hem naar het vliegveld brengt. Terug naar Nederland. Terug naar Nieuwegein. Terug naar het laboratorium waar het allemaal begon. Hij weet nog niet dat de standaard over twee jaar Wi-Fi zal heten. Hij weet nog niet dat miljarden mensen zijn werk dagelijks zullen gebruiken zonder ooit zijn naam te kennen. Hij weet alleen dat de stemming unaniem was. Dat er nu een standaard bestaat. Dat apparaten dezelfde taal zullen spreken. Het is genoeg. Het is meer dan genoeg. Het is het begin van alles. Dit was Het Beslissende Kwartier, vijftien minuten die alles veranderden. Mijn naam is Julius van Rossum. Er is altijd een volgend beslissend kwartier.