In een vergaderzaal in New Jersey keurt een commissie unaniem een technische standaard goed — de fundering onder achttien miljard apparaten die vandaag dezelfde taal spreken.
Piscataway, New Jersey. Tien uur 's ochtends. In een onopvallende vergaderzaal van het Institute of Electrical and Electronics Engineers zitten twintig mensen rond een ovale tafel. De airconditioning zoemt. Buiten schijnt de junizon op het parkeerterrein. Niemand let erop. Op tafel liggen stapels technische documenten, honderden pagina's dik. Diagrammen van frequentiebanden. Specificaties van protocollen. Zeven jaar werk, samengevat in droge ingenieursnotaties. Aan het hoofd van de tafel zit een Nederlander van vijfenvijftig, geboren in Surabaya. Zijn naam is Vic Hayes. Over een kwartier valt het besluit dat bepaalt of miljarden apparaten ooit met elkaar zullen kunnen praten.
De man uit Nieuwegein
Hayes groeit op in een wereld van draden. Geboren in 1941 in Nederlands-Indië, verhuist hij als kind naar Nederland. Hij studeert elektrotechniek en komt terecht bij NCR in Nieuwegein, een Amerikaans bedrijf dat kasregisters maakt. In de jaren tachtig werkt hij daar aan iets revolutionairs: draadloze netwerken. Computers die zonder kabels met elkaar communiceren. Samen met collega Cees Links bouwt hij werkende prototypes. Ze noemen het WaveLAN.
Het probleem is dat elk bedrijf zijn eigen systeem ontwikkelt. Motorola heeft er een. Symbol Technologies heeft er een. AT&T heeft er een. Geen van die systemen kan met de andere praten. Het is alsof elke autofabrikant zijn eigen verkeersborden gebruikt. Hayes begrijpt dat dit de dood betekent voor draadloze netwerken. Zonder een gemeenschappelijke taal zal de technologie nooit doorbreken.
In 1990 neemt hij een besluit dat zijn carrière zal bepalen. Hij richt een werkgroep op binnen de IEEE, de internationale organisatie die technische standaarden vaststelt. De werkgroep krijgt een droge naam: 802.11. De opdracht is helder: ontwerp een universele standaard voor draadloze lokale netwerken. Hayes wordt voorzitter. Het is een ondankbare taak. De werkgroep telt honderddertig leden, allemaal vertegenwoordigers van concurrerende bedrijven, allemaal met miljoenen geïnvesteerd in hun eigen technologie. "Ze zijn concurrenten," zegt Hayes later, "en ze hebben allemaal miljoenen erin gestoken. Toch moet je van hen een team maken."
Het beslissende kwartier
Om tien uur tweeëntwintig neemt de voorzitter van de Standards Board het woord. Op de agenda staat item zeven: goedkeuring van de IEEE 802.11 standaard. Hayes voelt zijn hart bonzen. Dit is het moment waarop alles samenkomt. Zeven jaar onderhandelen. Duizenden uren vergaderen. Eindeloze technische debatten over frequentiebanden en toegangsprotocollen.
De voorzitter somt de belangrijkste specificaties op. De standaard definieert hoe apparaten toegang krijgen tot het draadloze medium, hoe ze interferentie vermijden, hoe ze data verpakken en versturen. De initiële snelheid is bescheiden: één tot twee megabits per seconde. Maar dat is niet waar het om gaat. Het gaat om interoperabiliteit — om de belofte dat elk apparaat met elk ander apparaat kan praten.
Dan komt het moment van stemming. De voorzitter vraagt wie voor goedkeuring is. Handen gaan omhoog. Een voor een. Unaniem. De standaard is goedgekeurd. Hayes knikt. Misschien glimlacht hij. Buiten schijnt de zon nog steeds. De airconditioning zoemt nog steeds. Maar iets fundamenteels is veranderd.
Van standaard naar Wi-Fi
De maanden na 26 juni 1997 zijn stil. De eerste producten zijn duur en traag. De markt reageert lauw. Maar Hayes en zijn team werken door. In 1999 komt de doorbraak: de 802.11b standaard verhoogt de snelheid naar elf megabits per seconde. Bedrijven richten de Wireless Ethernet Compatibility Alliance op, die een merknaam bedenkt voor de technologie. Een naam die beter klinkt dan 802.11. Ze noemen het Wi-Fi — een marketingterm, bedacht door een reclamebureau. Het betekent niets. Het betekent alles.
De echte doorbraak komt wanneer Cees Links, Hayes' oude collega uit Nieuwegein, in 1998 de technologie presenteert aan Steve Jobs. Een jaar later bouwt Apple Wi-Fi in zijn iBook, onder de naam AirPort. Draadloos internet zit nu in een laptop die het grote publiek koopt.
Waarom dit kwartier beslissend was
Vandaag zijn er meer dan achttien miljard Wi-Fi-apparaten in gebruik. Elke smartphone, elke laptop, elke smart-televisie, elke thermostaat die je vanaf je telefoon bedient — ze gebruiken allemaal nakomelingen van de standaard die op 26 juni 1997 werd goedgekeurd. Wi-Fi 4, Wi-Fi 5, Wi-Fi 6: elke generatie sneller en betrouwbaarder, maar allemaal gebouwd op dezelfde fundering. Allemaal sprekend dezelfde basistaal.
Vic Hayes krijgt later de eretitel 'Vader van Wi-Fi'. Hij draagt die met bescheidenheid. Zonder een gemeenschappelijke standaard zou elke fabrikant zijn eigen eiland zijn gebleven. Zonder de beslissing van een handvol ingenieurs in een vergaderzaal in New Jersey zou draadloze communicatie een niche zijn gebleven — een speeltje voor ingenieurs, een curiositeit op technologiebeurzen. De unanieme stemming op die junidag maakte iets anders mogelijk: een wereld waarin een student in een koffiebar verbinding maakt met hetzelfde netwerk als een zakenman op een luchthaven. Waarin een telefoon, een laptop en een televisie dezelfde taal spreken.