In vijftien minuten leest David Ben-Gurion een document voor dat het Midden-Oosten voorgoed zal veranderen
Het is vrijdagmiddag in Tel Aviv. In het museum aan de Rothschild Boulevard 16, een gebouw dat veel te klein is voor de gelegenheid, staat een select gezelschap op elkaar gepakt. Politici, rabbijnen, journalisten, vertegenwoordigers van de Joodse bevolking uit heel Palestina. Een microfoon van de Hebreeuwse omroep staat klaar. Het hele land wacht bij de radio. Boven de lange tafel hangt het portret van Theodor Herzl, de grondlegger van het zionisme, die dit moment nooit zou meemaken. Over enkele ogenblikken gebeurt onder zijn blik wat hij een halve eeuw eerder alleen kon dromen.
Een man met een document
De man die zo direct een staat zal uitroepen heet David Ben-Gurion. Eenenzestig jaar oud, geboren als David Gryn in Płońsk, een stadje in Russisch Polen. In 1906 verhuisde hij naar Palestina, toen nog onder Ottomaans bestuur. Hij werkte als journalist, leerde Hebreeuws, nam de naam Ben-Gurion aan — "zoon van een jonge leeuw" — en leidde sinds 1935 het Jewish Agency for Palestine, het quasi-overheidsorgaan van de Joodse bevolking onder het Britse Mandaat.
Dit is de laatste dag waarop dat Mandaat geldt. Om middernacht, over acht uur, eindigt het Britse bestuur over Palestina. De Britten vertrekken. De vraag die de hele aanloop heeft gedomineerd: en dan?
Twee dagen eerder, op 12 mei 1948, kwam de Volksraad, de Moetzet HaAm, in het geheim bijeen. Tien mannen rond een tafel. Vier van hen zeiden: doe het niet. Zonder Amerikaanse garantie vallen de Arabische buurlanden morgen aan. Wachten is veiliger. Ben-Gurion dacht daar anders over. Hij had advies gekregen van Chaim Weizmann, de oudere zionistische leider in Londen, die naar verluidt zei: "Roep de staat uit, wat er ook gebeurt." Een staat die er nog niet was, kon niet verdedigd worden. Een staat die er wel was, hoefde dat alleen maar te doen.
Zestien uur
In de museumzaal valt de stilte. Buiten rijden vrachtwagens met Britse soldaten naar de havens. In Jeruzalem heerst chaos. Maar hier, in Tel Aviv, staat de tijd even stil.
Ben-Gurion staat op. Hij is een kleine, gedrongen man met een krans van wit haar. In zijn handen houdt hij een document dat hij de afgelopen nachten zelf heeft geschreven en herschreven in een hotelkamer. De inkt op de definitieve versie is nog vers. Hij begint te lezen.
Het document opent met de geschiedenis van het Joodse volk: de Bijbelse oorsprong, de eeuwen van verstrooiing, de Holocaust waarin zes miljoen Joden werden vermoord. De verklaring verwijst naar de Verenigde Naties en Resolutie 181: het verdelingsplan voor een Joodse en een Arabische staat. De Joodse leiders aanvaarden het; de Arabische leiders hebben het verworpen.
En dan, halverwege de tekst, leest Ben-Gurion de zin waarvoor iedereen is gekomen: "Wij verklaren hierbij de oprichting van een Joodse staat in Eretz-Israël, die bekend zal staan als de Staat Israël."
De zaal staat op. Mensen huilen. Sommigen lachen. Sommigen doen allebei tegelijk.
De wereld reageert
In Washington DC zit op dat moment president Harry Truman in het Witte Huis. Tegen het felle advies van zijn eigen ministerie in, zet hij zijn handtekening onder een korte verklaring. De Verenigde Staten erkennen de nieuwe staat Israël de facto. Drie dagen later volgt de Sovjet-Unie van Jozef Stalin met een de jure erkenning. Stalin heeft zijn eigen redenen: hij hoopt dat de nieuwe staat de Britse invloed in het Midden-Oosten zal breken.
Om middernacht wordt de laatste Britse vlag gestreken. Het Mandaat is voorbij.
De volgende dag vallen de legers van Egypte, Syrië, Transjordanië, Libanon en Irak de jonge staat binnen. Voor Israël is het de Onafhankelijkheidsoorlog. Voor de Palestijnse Arabieren is het de Nakba, de catastrofe. Honderdduizenden Palestijnen vluchten of worden verdreven uit hun huizen. Hun terugkeer wordt geblokkeerd. Als de oorlog in 1949 stopt, is Israël aanzienlijk groter dan het VN-plan had voorzien. De grens van dat moment noemen we sindsdien de Groene Lijn.
Het kwartier dat blijft duren
Het museum aan de Rothschild Boulevard 16 is nu de Onafhankelijkheidshal, een nationaal monument. Ben-Gurion werd de eerste premier en minister van Defensie. Hij overleed op 1 december 1973 in Tel Aviv, zevenentachtig jaar oud.
Het conflict dat op 14 mei 1948 begon, duurt voort. De fundamentele vraag van die vrijdagmiddag in Tel Aviv — wie heeft het recht om te wonen en te besturen tussen de Jordaan en de Middellandse Zee — is nog altijd niet beantwoord. Op zestien uur stond een eenenzestigjarige man op in een te kleine zaal en las een document voor. De wereld daarna was niet meer de wereld van even daarvoor.