Cover Het tientje van Lieftinck
← Alle afleveringen

Seizoen 1 | Aflevering 18

Het tientje van Lieftinck

26 september 1945 · ±15 min

In één ochtend wordt al het papiergeld ongeldig — en begint de grootste financiële operatie uit de vaderlandse geschiedenis

De lucht is kil boven Nederland op de ochtend van 26 september 1945. Bij distributiekantoren door het hele land vormen zich rijen. Mannen in versleten jassen. Vrouwen met lege boodschappentassen. Arbeiders, winkeliers, weduwen. Ze hebben allemaal hetzelfde bij zich: bankbiljetten. Geld dat over een paar uur niets meer waard zal zijn. De oorlog is nog geen vijf maanden voorbij, maar vandaag begint een nieuwe strijd — tegen het eigen geld.

De erfenis van vijf jaar bezetting

Om te begrijpen wat er die ochtend gebeurt, moeten we terug naar mei 1940. De Duitsers vallen Nederland binnen en nemen niet alleen het land over, maar ook de economie. Vijf jaar lang trekken ze het land systematisch leeg. Fabrieken worden ontmanteld. Voedsel wordt naar Duitsland getransporteerd. En om al die rooftochten te betalen, dwingen de Duitsers De Nederlandsche Bank om geld te drukken. Veel geld. Te veel geld.

Bij de bevrijding in mei 1945 is de geldhoeveelheid geëxplodeerd. Waar er in 1940 nog ongeveer tweeëneenhalf miljard gulden circuleerde, spreken sommige schattingen nu van elf miljard gulden. De zwarte markt bloeit. Oorlogsprofiteurs hebben fortuinen vergaard. En gewone Nederlanders zien hun spaargeld elke dag minder waard worden. De inflatie dreigt het land te verstikken nog voordat de wederopbouw kan beginnen.

In juli 1945 wordt Pieter Lieftinck benoemd tot minister van Financiën in het kabinet Schermerhorn en Drees. Hij is tweeënveertig jaar oud, econoom, en hij heeft de oorlog doorgebracht als politiek gijzelaar van de Duitsers. In gevangenschap heeft hij nagedacht over wat er na de bevrijding moet gebeuren. Hij noemt zijn idee Het Grote Veldtochtsplan — een militaire operatie tegen het eigen geld.

Het beslissende kwartier begint

Om acht uur vijftien op 26 september 1945 gaan de deuren van de distributiekantoren open. De rijen beginnen te bewegen. Ambtenaren zitten achter tafels met stapels nieuwe bankbiljetten voor zich. Kleine biljetten. Biljetten van één gulden en tweeëneenhalve gulden. Geen grote coupures. Dat is bewust.

Elke Nederlander mag maximaal tien gulden aan oud geld inwisselen voor nieuw geld. Niet meer. Het maakt niet uit hoeveel je bij je hebt, hoeveel je hebt gespaard, hoeveel je hebt verdiend of gestolen tijdens de oorlog. Iedereen krijgt hetzelfde. Tien gulden. Genoeg om een week van te leven. De rest moet worden ingeleverd bij de bank, waar het op een geblokkeerde rekening wordt gezet. Niemand kan erbij. Niemand weet wanneer het weer vrijkomt.

Om halfnegen staat een vrouw in Rotterdam met haar tientje in de hand. Vijf verkreukelde biljetten van één gulden. Twee biljetten van tweeëneenhalve gulden. Naast haar staat een man in een duur pak. Ook hij heeft tien gulden. Niet meer. Of hij nu duizend of honderdduizend gulden had: deze week is hij net zo rijk als de vrouw naast hem. Dat is precies wat Lieftinck wil. Een tijdelijke gelijkheid. De slager en de speculant. De weduwe en de woekeraar. Allemaal met tien gulden op zak.

Een land dat opnieuw begint

De zuivering blijkt effectief. De enorme hoeveelheid overtollig geld wordt uit de omloop gehaald. De dreigende hyperinflatie wordt bezworen. En de fiscale rechercheurs die speciaal voor deze operatie een nieuwe dienst vormen, beginnen de oorlogsprofiteurs op te sporen. Die nieuwe dienst krijgt een naam die tot op de dag van vandaag bekendheid geniet: de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst — de FIOD.

De geldzuivering duurt jaren. Pas in 1950 worden de laatste geblokkeerde tegoeden vrijgegeven. Maar de effecten zijn blijvend. De gulden stabiliseert. Het vertrouwen in de economie herstelt. En er is een onverwacht neveneffect: voor de geldzuivering bewaarden veel Nederlanders hun geld thuis, onder de matras, in een kous. Na september 1945 heeft bijna iedereen voor het eerst een bankrekening. De operatie dwingt het hele land het moderne financiële systeem in.

Waarom was dit kwartier beslissend? Omdat Nederland op de ochtend van 26 september 1945 iets deed wat geen enkel westers land ooit zo radicaal had gedaan: zichzelf financieel op nul zetten. Niet uit wanhoop, maar uit vastberadenheid. De oorlog was voorbij. Nu moest worden opgeruimd. En dat begon met tien gulden in de hand.

#geschiedenis #Nederland #NK #historisch
Deel deze aflevering