In een vergaderzaal in Lund zetten aartsrivalen hun handtekening onder een open standaard, en leggen zo de basis voor vijf miljard apparaten per jaar.
Het is negen uur in de ochtend wanneer de vertegenwoordigers van Ericsson, Intel, IBM, Nokia en Toshiba plaatsnemen in een vergaderzaal van het Ericsson-hoofdkantoor in Lund. Buiten schijnt de Zweedse voorjaarszon over de universiteitsstad. Binnen liggen technische documenten, specificaties en schema's op tafel. Amerikanen, Zweden, Finnen, Japanners, ze spreken verschillende talen, werken voor concurrerende bedrijven, en toch zijn ze hier samen. Ergens in die zaal zit een vijfendertigjarige Nederlander uit Den Haag. Jaap Haartsen. De man die vier jaar eerder de technische fundamenten legde voor wat ze vandaag de wereld gaan presenteren.
De wereld van kabels
Om te begrijpen wat er die ochtend in Lund gebeurt, moet je je de wereld van 1998 voorstellen. Een wereld van kabels. Wie een mobiele telefoon wil verbinden met een computer, heeft een speciale kabel nodig, voor elke fabrikant een andere. Wie een muis aansluit, gebruikt een PS2-connector of een seriële poort. Achter elk bureau ligt een wirwar van snoeren: zwart, grijs, beige. Een spaghetti van incompatibiliteit.
De mobiele telefoon rukt op. De laptop wordt populair. Mensen willen apparaten meenemen, verbinden, loskoppelen, opnieuw verbinden. Maar de technologie houdt hen gevangen. Gevangen in kabels. Gevangen in propriëtaire standaarden. Elke fabrikant beschermt zijn eigen systeem, zijn eigen connectoren, zijn eigen protocollen.
De Nederlander in Zweden
In 1993 krijgt een stil project bij Ericsson versterking. Een jonge Nederlandse ingenieur, opgeleid aan de Technische Universiteit Delft, treedt in dienst. Jaap Haartsen is dan dertig jaar oud. Zijn opdracht: vind een manier om apparaten draadloos te laten communiceren over korte afstanden. Niet via het mobiele netwerk. Niet via infrarood, dat alleen werkt als apparaten elkaar kunnen zien. Maar via radiogolven.
Haartsen duikt in de techniek. Hij kiest voor de 2,4 gigahertz frequentieband, een band die wereldwijd beschikbaar is zonder licentie. Hij ontwikkelt een systeem van frequentiesprongen, waarbij het signaal zeventig keer per seconde van frequentie wisselt. Zo voorkomt hij interferentie met andere apparaten. In 1994 liggen de fundamenten klaar. De technologie werkt. Maar een werkende technologie is nog geen standaard.
Het beslissende kwartier
Om negen uur vijf komt de vergadering in Lund op gang. In de maanden ervoor zijn er eindeloze onderhandelingen geweest. Over patenten. Over royalties. Over wie wat mag claimen. Intel wil de technologie in laptops. Nokia en Ericsson willen het in telefoons. IBM ziet toepassingen voor zakelijke klanten. Toshiba denkt aan consumentenelektronica. Maar ze hebben allemaal hetzelfde probleem: alleen bereiken ze niets.
Om negen uur tien worden de woorden uitgesproken die alles veranderen. De Bluetooth Special Interest Group is een feit. Vijf bedrijven die normaal op leven en dood concurreren, tekenen samen de oprichtingsakte. Ze openen hun patenten. Ze delen hun kennis. Ze creëren een platform waarop iedereen kan bouwen.
De naam Bluetooth zelf is op dat moment nog een codenaam. Een jaar eerder, in 1997, stelde Jim Kardach van Intel de naam voor. Kardach las een historische roman over Vikingen en kwam Harald Blåtand tegen, de tiende-eeuwse Deense koning die de Scandinavische stammen verenigde. Blåtand betekent letterlijk 'blauwe tand'. Kardach zag de parallel onmiddellijk: Harald verenigde stammen, deze technologie moet apparaten verenigen. De naam was bedoeld als tijdelijk. Marketing zou later iets beters bedenken. Maar de codenaam bleef hangen.
Waarom dit kwartier beslissend was
Tegen het einde van 1998 telt de Bluetooth Special Interest Group al vierduizend leden. In 1999 verschijnt de eerste officiële specificatie. De adoptie verloopt aanvankelijk traag, er zijn problemen met interoperabiliteit, maar de basis is gelegd. De standaard bestaat.
Wat er op 20 mei 1998 in Lund gebeurde, was een zeldzaam moment van industriële samenwerking. In de jaren negentig bestonden er tientallen draadloze technologieën: infrarood, HomeRF, propriëtaire oplossingen. Zonder standaardisatie bleef elke technologie een eiland. Wat als die vijf concurrenten hun eigenbelang niet opzij hadden gezet? Was Bluetooth dan een vergeten voetnoot gebleven tussen tientallen andere draadloze technologieën?
Vandaag bevatten meer dan vijf miljard apparaten per jaar Bluetooth. Smartphones, koptelefoons, smartwatches, auto's, medische apparatuur. In 2015 ontving Jaap Haartsen de European Inventor Award als uitvinder van de technologie die de wereld draadloos verbond. Het begon allemaal met een kwartier in Lund, waarin vijf aartsrivalen besloten dat samenwerking meer waard was dan concurrentie.