Cover De moord op Yitzhak Rabin
← Alle afleveringen

Seizoen 1 | Aflevering 18

De moord op Yitzhak Rabin

4 november 1995 · ±15 min

Op een avond van hoop vuurt een rechtenstudent drie kogels af op de architect van de Oslo-akkoorden, en zet het Midden-Oosten op slot

Tel Aviv, 4 november 1995, negen uur vijfenveertig in de avond. De lucht is zacht, negentien graden, een late herfstnacht aan de Middellandse Zee. Op het Koningsplein flakkeren honderdduizend kaarsen. Spandoeken wapperen. Zojuist heeft premier Yitzhak Rabin iets gedaan wat niemand van hem verwachtte: hij heeft gezongen. Schuchter, een beetje vals, maar de generaal van drieënzeventig stond op het podium en zong het Vredeslied. Nu daalt hij de trap af aan de achterkant. Zijn lijfwachten vormen een ring om hem heen. De gepantserde Cadillac staat te wachten. Nog twintig meter. Nog tien. In de schaduw, achter een bloembak, wacht een rechtenstudent van vijfentwintig. Hij heet Yigal Amir. In zijn jaszak zit een Beretta.

De havik die duif werd

Yitzhak Rabin is geen man van woorden. Hij is een man van daden. Geboren in 1922 in Jeruzalem, opgegroeid in een land dat nog niet bestaat. Op zijn zesentwintigste vecht hij in de onafhankelijkheidsoorlog. Op zijn vijfenveertigste is hij stafchef van het Israëlische leger. In juni 1967 voert hij bevel over de Zesdaagse Oorlog, de oorlog waarin Israël de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en de Sinaï verovert. Ambassadeur in Washington. Minister. Premier in 1974, tot een schandaal rond een illegale dollarrekening hem dwingt af te treden.

Vijftien jaar later keert hij terug. In 1992 wint hij opnieuw de verkiezingen. Hij is nu zeventig, harder, pragmatischer. Hij beseft dat Israël niet eeuwig kan blijven vechten. Niet uit idealisme, maar uit noodzaak begint hij in het geheim te onderhandelen met de vijand: de PLO.

September 1993. Op het gazon van het Witte Huis schudt Rabin de hand van Yasser Arafat. De wereld kijkt toe. Twee mannen die elkaar decennia lang probeerden te doden, nu naast elkaar, met president Clinton tussen hen in. De Oslo-akkoorden beloven een nieuwe toekomst. Rabin, Arafat en minister Shimon Peres ontvangen in 1994 de Nobelprijs voor de Vrede.

De wet van de achtervolger

Maar niet iedereen viert feest. In de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever groeit de woede. Rabbijnen noemen Rabin een verrader. Op demonstraties dragen betogers borden met zijn gezicht in een SS-uniform. De Joodse wet kent een begrip: din rodef, de wet van de achtervolger. Het staat een gelovige toe een Jood te doden die andere Joden in gevaar brengt. In sommige kringen fluistert men dat Rabin onder die wet valt.

Yigal Amir staat op 4 november 1995 een paar meter van de premier, bij een bloembak op de parkeerplaats. Hij heeft dit moment maanden gepland. Twee keer eerder probeerde hij Rabin te vermoorden, twee keer mislukte het. Vanavond niet. Vanavond is er een gat in de beveiliging. Amir draagt geen badge, geen accreditatie, maar niemand houdt hem tegen. Hij is jong, hij ziet er Joods uit, hij hoort hier blijkbaar.

Om negen uur vijftig heft Amir het wapen. Eerste schot. De kogel raakt Rabin in de rug, scheurt door zijn long. Tweede schot. Dezelfde plek, centimeters lager. Rabin zakt in elkaar tegen de auto. Lijfwacht Yoram Rubin draait zich om, werpt zich op de premier. Amir vuurt een derde keer, raakt Rubin in de arm. Dan stormen de beveiligers toe. Op het plein, vijftig meter verderop, zingt de menigte nog steeds. Ze weten niet wat er gebeurt.

Doorweekt van bloed

Om elf uur twee in de nacht stoppen de artsen in het Ichilov-ziekenhuis. Ruim een uur lang hebben ze geprobeerd Rabin te redden. Tevergeefs. Dertien minuten later loopt Eitan Haber, Rabins bureauchef, naar buiten. In zijn zak zit het Vredeslied dat Rabin eerder die avond zong. Het papier is doorweekt van bloed.

Haber kijkt naar de camera's: "De regering van Israël kondigt met ontzetting, in groot verdriet en in diepe smart de dood aan van premier en minister van Defensie Yitzhak Rabin, die vanavond in Tel Aviv is vermoord door een moordenaar."

De menigte op het plein begint te huilen.

Een plein, een naam, een stilte

Shimon Peres neemt het premierschap over. Hij belooft door te gaan met het vredesproces. Maar zes maanden later verliest hij de verkiezingen van Benjamin Netanyahu. Netanyahu bevriest de onderhandelingen. De nederzettingen breiden uit. De Tweede Intifada breekt uit in 2000. Duizenden doden, aan beide kanten. De vredesbeweging die op 4 november 1995 nog honderdduizend mensen op de been bracht, raakt gemarginaliseerd.

Yigal Amir werd veroordeeld tot levenslang. Hij zit nog steeds vast. Hij heeft nooit spijt betuigd.

Het Koningsplein heet nu het Rabinplein. Elk jaar branden er kaarsen. Maar de vrede waar hij voor stierf, twee staten, twee volkeren, een einde aan het bloedvergieten, die kwam nooit. In vijftien minuten, tussen het laatste refrein van het Vredeslied en het eerste schot van een Beretta, verschoof de politieke balans in Israël. De generatie die vrede wilde, verloor haar leider. De generatie die vrede wantrouwde, won de verkiezingen. Dat is wat dit kwartier beslissend maakt: niet alleen een moord, maar het einde van een mogelijkheid.

#geschiedenis #Nederland #beslissend moment #Yitzhak Rabin #Tel Aviv #Oslo-akkoorden #Yigal Amir #Israël #vredesproces #1995
Deel deze aflevering