De treinkaping bij De Punt begint op 23 mei 1977, wanneer negen jonge Molukkers een intercitytrein gijzelen in de weilanden van Drenthe. Ze zijn kinderen van voormalige KNIL-militairen, opgegroeid met beloftes over een vrije Republiek der Zuid-Molukken die nooit werden nagekomen. Hun daad is geen gewone misdaad: het is wanhoop van een generatie die vindt dat niemand meer luistert.
Twintig dagen lang onderhandelt de regering Den Uyl, terwijl tegelijkertijd een basisschool in Bovensmilde wordt gegijzeld. De eisen van de kapers zijn onhaalbaar. De spanningen in de trein lopen op. In Den Haag groeit het besef dat onderhandelen alleen geen uitweg biedt.
Op 11 juni, om 04:54 uur, openen precisieschutters het vuur en razen zes Starfighters over de trein. De BBE-mariniers bestormen de wagons. Ongeveer twaalf minuten later is alles voorbij: zes van de negen kapers zijn dood, en twee gijzelaars, Ansje Monsjou en Rien van Baarsel, overleven de bevrijding niet. De controverse over wat er die ochtend precies gebeurde, zal decennialang duren en tot in 2021 voor de rechter komen.
Wat als de regering had gekozen voor nog een week geduld?