Cover De treinkaping bij De Punt
← Alle afleveringen

Seizoen 1 | Aflevering 18

De treinkaping bij De Punt

11 juni 1977 · ±15 min

Na twintig dagen onderhandelen besluit het kabinet-Den Uyl tot een militaire actie bij De Punt, zes kapers en twee gijzelaars overleven de bevrijding niet

Het begint licht te worden boven de weilanden van Drenthe. De nacht van 10 op 11 juni 1977 is bijna voorbij. In een tot stilstand gebrachte intercitytrein op de lijn van Assen naar Groningen zitten al twintig dagen negen jonge Zuid-Molukkers met wapens. Acht mannen en een vrouw. Tegenover hen: eenenvijftig mensen die niet weg kunnen. In de velden rondom de trein liggen mariniers plat op de grond. Ze wachten op één woord. Boven, in de lucht, naderen zes straaljagers.

Kinderen van een gebroken belofte

De negen kapers waren jong. De jongste zeventien, de oudste zevenentwintig. Hun leider was Max Papilaja. Onder hen was één vrouw: Hansina Uktolseja, twintig jaar oud, die tot kort daarvoor in Assen werkte als tandartsassistente. Ze waren kinderen en kleinkinderen van Molukse militairen die hadden gediend in het KNIL, het koloniale leger. Na de Indonesische onafhankelijkheid kwamen hun ouders in een onmogelijke positie terecht. In 1951 werden ze naar Nederland gebracht, met de gedachte dat het tijdelijk zou zijn. Er was de belofte van een eigen staat, de Republiek der Zuid-Molukken. Die belofte werd nooit ingelost.

De generatie die in Nederland geboren werd, erfde die belofte en die teleurstelling allebei. Bij een deel van hen sloeg dat om in iets hards. In 1975 kaapten Molukse jongeren al een trein, bij Wijster. Daarbij vielen doden. Op 23 mei 1977 was het opnieuw zover. De eis: een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken, en vrijlating van eenentwintig Molukse gevangenen.

Twintig dagen zonder uitweg

Twintig dagen lang was die trein het middelpunt van een nationale crisis. En niet alleen die trein, op dezelfde dag bezette een tweede groep Molukse jongeren een basisschool in Bovensmilde, met de kinderen en hun leerkrachten erin. De regering Den Uyl koos eerst voor praten. Er werd onderhandeld, dagenlang, zonder resultaat. Want de eisen waren onhaalbaar.

Ondertussen liep de spanning in de trein op. Mensen werden ziek. Op 5 juni mochten twee zwangere vrouwen de trein verlaten. Een van hen was Annie Brouwer-Korf, juriste bij het Academisch Ziekenhuis Groningen, drie maanden zwanger. Zij zou later burgemeester worden van Zutphen, Amersfoort en Utrecht. Voor de eenenvijftig die achterbleven duurde het wachten voort. En in Den Haag groeide het besef dat praten alleen nergens meer toe leidde.

Hoofdelijk stemmen

Het kabinet-Den Uyl was op dat moment demissionair. Een regering die formeel al op weg was naar de uitgang, moest het zwaarste besluit nemen dat een Nederlandse regering kan nemen: geweld gebruiken tegen mensen op eigen grondgebied, wetend dat er doden zouden vallen. In het crisisteam zaten minister-president Joop den Uyl, minister van Justitie Dries van Agt, minister van Binnenlandse Zaken Gaius de Gaay Fortman en minister van Buitenlandse Zaken Max van der Stoel. Er werd hoofdelijk gestemd. Ieder lid moest zich uitspreken, met naam, voor of tegen een militaire bestorming. Een meerderheid stemde voor.

De uitvoering ging naar de Bijzondere Bijstandseenheid van de Mariniers, de BBE. Die eenheid was precies hiervoor opgeleid. Afluisterapparatuur registreerde wat er in de wagons werd gezegd. Warmtebeeldcamera's lieten zien waar mensen zich bevonden, en dus ook waar de kapers sliepen.

Twaalf minuten

Om 04:54 uur openden de precisieschutters het vuur. Zes Lockheed F-104 Starfighters van de Koninklijke Luchtmacht kwamen rakelings over de trein, laag, snel, oorverdovend. Tegelijk werden naast het spoor explosieven tot ontploffing gebracht. Geen aanval, maar chaos. Enkele seconden waarin niemand in die trein wist wat er gebeurde.

Vrijwel meteen daarna gingen de mariniers naar binnen. Ze braken de deuren open en drongen de trein binnen. De hele bevrijdingsactie duurde ongeveer twaalf minuten. Zes van de negen kapers waren dood, onder wie Max Papilaja en Hansina Uktolseja. Drie overleefden en werden aangehouden.

En er waren twee gijzelaars omgekomen. Ansje Monsjou, twintig jaar oud, die lag te slapen in een portaal van de trein. En Rien van Baarsel, veertig jaar oud, die overeind kwam op het moment dat een marinier op een kaper schoot. Op datazelfde uur beukten in Bovensmilde pantserwagens de school binnen. Daar gaven de gijzelnemers zich over zonder één schot te lossen.

Vragen die bleven

Negenenveertig mensen kwamen levend uit die trein. De vragen over die twaalf minuten verstomden nooit. Waren alle zes kapers gedood terwijl ze vochten? Of waren sommigen van dichtbij doodgeschoten nadat ze al waren uitgeschakeld? Rien van Baarsel bleek door zes kogels te zijn geraakt, waaronder een negen millimeter kogel die uit geen enkel wapen van de kapers afkomstig was. Over Hansina Uktolseja zou zelfs jaren later nog onduidelijkheid bestaan: het ene onderzoek sprak van acht kogels, het andere van honderdachtentwintig.

De controverse duurde decennialang en kwam tot in 2021 voor de rechter. Junus Ririmasse, een van de drie overlevende kapers, overleefde de bestorming zwaargewond. Decennia later werkte hij mee aan een boek over wat er die ochtend precies was gebeurd, gebaseerd op autopsierapporten en documenten die lang niet openbaar waren.

11 juni 1977 markeerde het moment waarop Nederland koos voor militair ingrijpen tegen een groep die vond dat niemand meer luisterde. De gijzelaars werden bevrijd, maar twee van hen kwamen om. De Molukse gemeenschap verloor zes jonge mensen en de vragen over proportionaliteit bleven. Het was een kwartier waarin de staat zijn macht toonde, en de grenzen van die macht zichtbaar werden.

#geschiedenis #Nederland #beslissend moment #treinkaping De Punt #Molukkers #Drenthe #BBE mariniers #gijzeling #kabinet Den Uyl #1977
Deel deze aflevering