Dealey Plaza, Dallas, 22 november 1963: een blauwe Lincoln Continental glijdt langzaam door de bocht op Elm Street, president Kennedy zwaait naar de menigte. Zes verdiepingen boven hem tuurt Lee Harvey Oswald door de kijker van zijn Italiaans repeteergeweer.
Binnen vijftien minuten verandert Amerika voorgoed. De schoten klinken, Secret Service agent Clint Hill sprint naar de limousine, en Jacqueline Kennedy houdt het hoofd van haar man in haar schoot. Om dertien uur precies noteren artsen in Parkland Hospital de officiële tijd van overlijden.
Kennedy was meer dan een president. Hij was het symbool van een jong, energiek Amerika dat naar de maan wilde. De man die de Cubacrisis doorstond en burgerrechten een morele kwestie noemde. Na zijn dood ontstonden complottheorieën die nooit verstomden, en begon een tijdperk van wantrouwen.
Wat als de motorcade een andere route had genomen, of het dak van de limousine gesloten was gebleven?