Op 24 april 2002 horen Herman du Bois en Wilco Viets in het Gerechtshof Leeuwarden de woorden waar ze acht jaar op hebben gewacht: vrijspraak op alle punten. De twee zwagers zaten zes jaar en acht maanden in de gevangenis voor de moord op Christel Ambrosius, een misdaad die ze niet hadden gepleegd.
De zaak begon in januari 1994 in het Gelderse Putten, waar de drieëntwintigjarige stewardess werd verkracht en vermoord. Ondanks DNA-bewijs dat niet matchte, werden Du Bois en Viets veroordeeld op basis van de zogenaamde sleeptheorie. Een theorie die het Hof later zou bestempelen als behorend tot het rijk der fabelen.
De vrijspraak kwam er dankzij oud-hoofdcommissaris Jan Blaauw, misdaadjournalist Peter R. de Vries en advocaat Geert-Jan Knoops. In 2008 werd de werkelijke dader gevonden via de DNA-databank: een plaatsgenoot die destijds was verhoord maar had geweigerd DNA af te staan. Pas in 2021 bood de staat formeel excuses aan.
Wat als de politie in 1994 het DNA-bewijs serieus had genomen in plaats van een theorie te construeren die twee onschuldige mannen de gevangenis in stuurde?