Willem Kolff plaatst op 12 december 1957 samen met Tetsuzo Akutsu een plastic hart in een levende hond. Twee kamers van polyvinylchloride, aangedreven door perslucht, nemen het werk over van het verwijderde biologische hart. Negentig minuten lang klopt het. Negentig minuten lang stroomt het bloed.
De Nederlandse arts had eerder in bezet Kampen de kunstnier uitgevonden, met onderdelen van een bommenwerper en cellofaan van de slager. Nu, in de Cleveland Clinic, bewijst hij dat ook een hart vervangbaar is. De medische wereld noemt het sciencefiction. Kolff gaat door.
Zijn werk leidt uiteindelijk tot het Jarvik-7 hart, dat in 1982 tandarts Barney Clark honderdtwaalf dagen in leven houdt. Wat als Kolff in het voorzichtige Nederland van de jaren vijftig was gebleven?