Op 28 september 2008 zitten ministers uit drie landen in Brussel rond een tafel bezaaid met documenten en koffiekoppen. Fortis, een van de grootste banken van de Benelux, dreigt in te storten. Morgenochtend gaan de beurzen open en als zij geen oplossing vinden, kunnen miljoenen spaarders niet meer bij hun geld.
De crisis begint eerder: in 2007 neemt Fortis voor 24 miljard euro het Nederlandse deel van ABN Amro over. Geld dat de bank niet heeft, maar leent. Als de kredietcrisis uitbreekt, is Fortis kwetsbaar. Het aandeel keldert, spaarders halen massaal hun geld weg. Minister Wouter Bos en premier Balkenende reizen naar Brussel voor noodoverleg met hun Belgische en Luxemburgse collega's.
Die zondagavond bereiken de drie landen een akkoord: een gedeeltelijke nationalisatie van 11,2 miljard euro. Maar de rust keert niet terug. Binnen een week nationaliseert Nederland alle Nederlandse onderdelen volledig, voor 16,8 miljard euro. Fortis bestaat niet meer in zijn oorspronkelijke vorm.
Wat als de drie regeringen die avond geen akkoord hadden bereikt, en maandagochtend de beurzen waren geopend met een bank in vrije val?