Op 5 oktober 2016 gaat in Paterswolde vroeg in de ochtend de telefoon: Stockholm belt Ben Feringa met het nieuws dat hij de Nobelprijs voor Scheikunde wint. De boerenzoon uit Barger-Compascuum, diep in het Drentse veen, hoort dat zijn moleculaire motor de wereld heeft veranderd.
In 1999 ontdekte Feringa samen met zijn postdoc Nagatoshi Koumura per toeval een molecuul dat niet schakelde, maar draaide: 360 graden, aangedreven door ultraviolet licht. Een motor van één nanometer groot, een miljardste van een meter. Samen met pioniers Jean-Pierre Sauvage en Fraser Stoddart krijgt hij de hoogste wetenschappelijke erkenning voor het ontwerp en de synthese van moleculaire machines.
Het telefoontje duurde een kwartier. Maar wat als Feringa die onverwachte resultaten in 1999 had afgedaan als meetfout in plaats van doorbraak?