Fukushima Daiichi, 11 maart 2011, veertien uur zesenveertig lokale tijd. Een beving van negen punt nul schudt de Japanse oostkust bijna zes minuten lang. De reactoren schakelen zich automatisch uit, dertien dieselgeneratoren slaan aan, de koeling draait. Op dat moment denkt niemand aan een kernramp.
Om vijftien uur zevenentwintig raakt de eerste tsunamigolf de kust. Tien minuten later breekt een watermassa van ongeveer vijftien meter over Ōkuma. De zeewering, gebouwd voor een fractie daarvan, bezwijkt. Zout water stroomt de kelders in waar de generatoren staan. Van de dertien aggregaten blijft er één werken.
In de controlekamers vallen de displays uit. Operators staan in halfduister, met zaklampen en handgetekende schema's. Drie reactoren zijn tegelijk zonder koeling, een scenario waarvoor geen draaiboek bestaat. De officiële onderzoekscommissie zal later spreken van een door mensen veroorzaakte ramp.
Wat als de dieselgeneratoren hoger hadden gestaan?