Op 1 januari 2002 drukt minister Gerrit Zalm om middernacht op een knop bij een geldautomaat aan de Markt in Maastricht, en schuiven de eerste eurobiljetten naar buiten. Nederland neemt afscheid van de gulden, een munt die meer dan zeshonderd jaar heeft bestaan en oorlogen, bezettingen en economische crises heeft overleefd.
De overgang verloopt razend snel: binnen een week wordt zevenennegentig procent van alle contante transacties in euro's afgehandeld. Nederland is het snelste land van de hele eurozone. Maar de knaak, de joet en het geeltje bestaan voortaan alleen nog in het collectieve geheugen. En veel Nederlanders ervaren wat later de gevoelsinflatie wordt genoemd: alles lijkt duurder, ook al tonen de officiële cijfers iets anders.
Wat als Nederland had besloten de gulden te behouden en buiten de eurozone was gebleven?