John Lennon stapt op maandagavond 8 december 1980 om tweeëntwintig uur vijftig uit een limousine voor The Dakota, zijn appartementencomplex aan Central Park West in Manhattan. In zijn hand houdt hij opnamebanden van een sessie met Yoko Ono in de Record Plant. Bij de boogpoort wacht een man die hij enkele uren eerder nog een handtekening gaf.
Die man is Mark David Chapman, vijfentwintig jaar, oud-beveiligingsbeambte uit Honolulu. In zijn zak zit een revolver kaliber punt achtendertig met vijf hollepuntkogels, en een paperback van The Catcher in the Rye. Hij ziet in Lennon, de zanger die net met Double Fantasy terugkeert na vijf jaar stilte om zoon Sean op te voeden, de ultieme phony.
Vijf schoten klinken onder de boogpoort. Vier raken doel. Om drieëntwintig uur vijftien wordt John Lennon in Roosevelt Hospital dood verklaard. Chapman vlucht niet: hij gaat op de stoeprand zitten en leest.
Maar wat als die vijf schoten nooit waren gevallen?