Cover De geboorte van Python
← Alle afleveringen

Seizoen 1 | Aflevering 15

De geboorte van Python

20 februari 1991 · ±15 min

Op het CWI in Amsterdam geeft een programmeur zijn creatie weg aan de wereld — en legt daarmee de basis voor de taal van de kunstmatige intelligentie

De grijze februarischemer hangt over Amsterdam wanneer Guido van Rossum zijn terminal opent. Het is het einde van de middag op het Centrum Wiskunde & Informatica, een onderzoeksinstituut aan de rand van de stad. De gangen zijn stil. Voor hem, op het beeldscherm, staan duizenden regels code — de vrucht van veertien maanden werk in avonden, weekenden, en een kerstvakantie die hem niet losliet. De vijfendertigjarige programmeur weet dat hij vanavond iets gaat doen waar hij nog nauwelijks woorden voor heeft. Hij gaat zijn creatie vrijgeven. Niet verkopen. Niet patenteren. Gewoon: weggeven. Aan iedereen die het wil hebben.

De kloof tussen C en de shell

Om te begrijpen wat er die middag van 20 februari 1991 gebeurt, moeten we terug naar december 1989. Van Rossum werkt dan bij het CWI aan Amoeba, een gedistribueerd besturingssysteem. Indrukwekkend onderzoekswerk. Maar hij loopt tegen iets aan wat hem irriteert.

De hulpprogramma's die hij moet schrijven, horen in de taal C geschreven te worden. C is snel, maar onverbiddelijk — een klein foutje in geheugenbeheer en het hele programma stort in. De andere optie, shellscripts, is snel geschreven maar beperkt. Ergens tussen beide gaapt een kloof. En Van Rossum denkt: iemand moet die kloof dichten.

In de kerstvakantie van 1989 begint hij aan een hobbyproject. Hij heeft een voorbeeld: ABC, een onderwijstaal die hij jaren eerder mede heeft gebouwd. ABC gebruikt inspringing in plaats van haakjes om codestructuur aan te geven — helder als proza. Maar ABC is een gesloten systeem, zonder mogelijkheid tot uitbreiding. Van Rossum wil de leesbaarheid van ABC, maar dan uitbreidbaar. Een taal waarmee je echte programma's bouwt.

In de veertien maanden daarna schrijft hij functies, klassen met overerving, een systeem om fouten op te vangen, kerndatatypen. Tegen februari 1991 staat er een werkend geheel. Klein. Onafgemaakt. Maar bruikbaar. De naam kiest hij niet naar een wetenschappelijk concept of een Griekse letter, maar naar een Britse comedyserie: Monty Python's Flying Circus. Een vleugje oneerbiedigheid in de serieuze wereld van programmeertalen.

De vijftien minuten die alles veranderen

Dan komt het beslissende moment. Van Rossum kan Python binnen het CWI houden — een intern gereedschap, veilig en controleerbaar. Of hij kan het weggeven. Aan iedereen. Gratis. Met broncode. Met toestemming om het te veranderen, te verspreiden, te kopiëren.

In 1991 is de softwarewereld verdeeld. Bedrijven verkopen gesloten programma's voor duizenden guldens. Broncode is een bedrijfsgeheim. Daartegenover staat een kleine beweging van programmeurs die hun werk openlijk delen, via Usenet-nieuwsgroepen. Geen geld. Geen licenties. Alleen code en vertrouwen.

Van Rossum kiest voor die tweede wereld. Hij opent zijn e-mailprogramma en richt zijn bericht aan alt.sources — de nieuwsgroep waar programmeurs hun code vrijgeven. Hij beschrijft wat Python is, wat het kan, wat er nog niet af is. Hij voegt de broncode toe. En dan drukt hij op send.

Het bericht reist over telefoonlijnen, van server naar server. Binnen enkele uren is Python beschikbaar op elke computer ter wereld die verbonden is met Usenet. Er volgt geen applaus, geen persbericht. Van Rossum staat op en loopt naar huis. De stad dendert door.

Een lange, gestage stijging

De dagen na de publicatie verlopen rustig. Een handvol mensen downloadt Python — universitaire computerwetenschappers, hackers, hobbyisten. Python groeit niet meteorisch. Van Rossum heeft het er later over als een lange, langzame, gestage stijging. In de eerste jaren concurreert de taal met Perl en Tcl, later met Java.

Maar de keuze om los te laten blijkt de belangrijkste van zijn leven. Python wordt de taal waarin Google fundamenteel werk doet, waarin Dropbox wordt gebouwd, waarin Microsoft investeert. Het wordt de ruggengraat van machine learning, van de grote taalmodellen, van AlphaFold. De taal waarin de kunstmatige intelligentie van de eenentwintigste eeuw wordt geschreven.

Van Rossum zelf treedt in dienst bij Google, later bij Dropbox, uiteindelijk bij Microsoft. De hobbyist van het CWI wordt een van de invloedrijkste figuren in de technologiewereld — niet door vast te houden, maar door weg te geven.

Waarom dit kwartier beslissend was

Op 20 februari 1991 nam één man in Amsterdam een beslissing die dertig jaar later nog steeds doorwerkt. Hij had kunnen kiezen voor controle, voor eigendom, voor de zekerheid van een intern project. In plaats daarvan koos hij voor openheid — en creëerde daarmee de voorwaarden voor een gemeenschap die zijn werk verder zou dragen dan hij ooit had kunnen voorzien.

Het exacte moment waarop Van Rossum op send drukte, is niet in kronieken bewaard gebleven. Maar de keuze die hij maakte — om los te laten — blijkt achteraf een van de meest consequentierijke beslissingen in de geschiedenis van de software. Vijftien minuten. Eén bericht. En de fundamenten van een digitale revolutie.

#geschiedenis #Nederland #WT #Python #programmeren #open source #CWI #Guido van Rossum #Monty Python #AI #kunstmatige intelligentie #1991
Deel deze aflevering