Cover De introductie van het vrouwenkiesrecht
← Alle afleveringen

Seizoen 1 | Aflevering 20

De introductie van het vrouwenkiesrecht

9 september 1919 · ±15 min

In de Staatsdrukkerij rolt een wet van de persen die één woord schrapt uit de Kieswet — en daarmee de helft van Nederland een stem geeft.

Den Haag, 9 september 1919, tien uur in de ochtend. In de Staatsdrukkerij aan de Fluwelen Burgwal draaien de persen. Het ruikt er naar drukinkt en vers papier. Buiten schijnt een bleek nazomerlicht over de grachten. Er zijn geen vlaggen, geen toespraken, geen feestelijk onthaal. Een ambtenaar controleert de drukproeven van het Staatsblad, pagina na pagina. Ergens tussen de wetten en koninklijke besluiten staat een tekst van slechts enkele alinea's. Een wet die één woord schrapt. Mannelijke. Vanaf vandaag staat er niet langer dat alleen mannelijke ingezetenen mogen stemmen. Meer dan de helft van de Nederlandse bevolking krijgt een stem. En bijna niemand die het merkt.

De deur die werd dichtgetimmerd

Om dit moment te begrijpen, moeten we zesendertig jaar terug. Naar 1883. Een jonge vrouw van negenentwintig stapt het Amsterdamse stadhuis binnen. Ze heet Aletta Jacobs en ze is de eerste vrouwelijke arts van Nederland. Nu wil ze stemmen. Ze wijst de ambtenaren op de letter van de wet: de Grondwet spreekt van ingezetenen, niet van mannelijke ingezetenen. Nergens staat dat vrouwen zijn uitgesloten. De ambtenaren weigeren. Jacobs gaat in beroep, tot aan de Hoge Raad. En verliest. Maar haar actie heeft een onbedoeld gevolg. Bij de Grondwetsherziening van 1887 voegen de wetgevers één woord toe aan de tekst. Mannelijke. Een deur die op een kier stond, wordt dichtgetimmerd.

Maar Aletta Jacobs geeft niet op. In 1894 richt ze samen met Wilhelmina Drucker en Annette Versluys-Poelman de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht op. Wat volgt zijn vijfentwintig jaar van petities, congressen, lezingen en demonstraties. In 1916 lopen achttienduizend mensen mee in een optocht door Amsterdam. Achttienduizend stemmen die roepen om gehoord te worden.

Het keerpunt

Dan komt 1917. Een Grondwetsherziening maakt vrouwen verkiesbaar voor politieke functies — het passief kiesrecht. Een jaar later neemt Suze Groeneweg van de SDAP plaats in de Tweede Kamer, de eerste vrouw ooit. Maar stemmen mogen vrouwen nog steeds niet. Het kabinet van minister-president Ruijs de Beerenbrouck weigert. Het zou ingaan tegen de roeping van de vrouw, zeggen de christelijke partijen.

Het is de liberaal Hendrik Pieter Marchant die de impasse doorbreekt. In september 1918, terwijl de Eerste Wereldoorlog naar zijn einde wankelt en revolutie door Europa waait, dient het Tweede Kamerlid van de Vrijzinnig-Democratische Bond een initiatiefwet in. De timing is cruciaal. In november 1918, als in Duitsland de keizer vlucht en in Nederland de spanningen oplopen, verklaart Ruijs de Beerenbrouck plotseling dat hij zich niet langer zal verzetten. De politieke druk is te groot geworden. Op 9 mei 1919 stemt de Tweede Kamer in. Op 10 juli volgt de Eerste Kamer. En nu, op 9 september 1919, rolt de wet van de persen.

Een belofte die wacht

In haar huis in Amsterdam hoort Aletta Jacobs het nieuws. Ze is vijfenzestig jaar oud. Later zal ze schrijven over dit moment, over het eerste, blijde gevoel dat haar doortrilde. Vrij, schrijft ze. Los van de kiesrechtboom waaraan ik zo vele jaren gebonden was geweest. Maar er is ook iets anders. Een besef dat de strijd nog niet voorbij is. De gemeentelijke kieslijsten worden pas in mei 1920 geactualiseerd. Tot die tijd blijft het stemrecht theorie.

De vervulling komt op 17 mei 1920. In Maastricht en het nabijgelegen Gronsveld worden gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis lopen vrouwen naar de stembus. Niet als toeschouwers. Als kiezers. Ze krijgen een stembiljet in handen. Zetten een rood potlood op papier. Vouwen het biljet dicht. En laten het in de gleuf glijden.

Waarom dit kwartier beslissend was

Wat op 9 september 1919 in stilte van de persen rolde, was meer dan een administratieve handeling. Het was de formele erkenning dat democratie pas compleet is wanneer iedereen meetelt. Eén woord verdween uit de wet — mannelijke — en daarmee verdween de wettelijke rechtvaardiging om de helft van de bevolking uit te sluiten. Vrouwen die mochten stemmen, gingen ook andere rechten opeisen: op eigen bezit, op onderwijs, op werk. Elke volgende stap bouwde voort op die eerste. Aletta Jacobs stierf in 1939. Ze had gezien hoe de wereld die ze probeerde te veranderen, daadwerkelijk veranderde. Niet snel genoeg, misschien. Nooit snel genoeg. Maar onmiskenbaar.

#geschiedenis #Nederland #NK #1919
Deel deze aflevering