In vijftien minuten verliest Nederland niet alleen een filmmaker, maar ook de illusie dat tolerantie beschermt tegen geweld
De Linnaeusstraat in Amsterdam-Oost ontwaakt op 2 november 2004 zoals elke andere dinsdagochtend. Fietsers haasten zich naar hun werk, auto's zoeken parkeerplekken bij het stadsdeelkantoor. De lucht is grijs, typisch voor een Nederlandse novemberochtend. Bij de bakker staat een korte rij. Een moeder duwt een kinderwagen over het trottoir. Het is kort voor negen uur wanneer een man van zevenenveertig door de straat fietst. Warrig haar, ongeschoren. Geen helm, geen bodyguard, geen angst. Theo van Gogh, filmmaker, columnist, provocateur, een man die leeft van controverse. Achter hem, op een andere fiets, volgt een jongeman van zesentwintig. Traditionele Marokkaanse kleding onder zijn jas. Een pistool. Een kapmes. Een brief.
De provocateur en de radicaal
Theo van Gogh is de achterkleinzoon van de broer van Vincent van Gogh, maar die naam gebruikt hij niet als schild, hij gebruikt hem als stormram. In zijn columns noemt hij moslims consequent 'geitenneukers'. Hij maakt films die jodendom en christendom bekritiseren. Niemand is veilig voor zijn pen. Sommigen noemen hem een vrijheidsstrijder, anderen een haatzaaier.
Op 29 augustus 2004 bereikt Van Goghs provocatie een nieuw hoogtepunt. Samen met Ayaan Hirsi Ali, Tweede Kamerlid voor de VVD, maakt hij Submission, een korte film van elf minuten die vrouwenlichamen toont waarop Koranverzen zijn geschreven. Verhalen van misbruik, onderdrukking, geweld. Een aanklacht tegen de behandeling van vrouwen in de naam van de islam.
Mohammed Bouyeri groeit op in Amsterdam-West. Als tiener is hij geïntegreerd, actief in het buurtwerk, vrijwilliger bij een jongerencentrum. Dan kantelt iets. Na de dood van zijn moeder en een afgewezen vergunningsaanvraag trekt hij zich terug, radicaliseert, vindt aansluiting bij het Hofstadnetwerk. Submission beschouwt hij als een directe belediging van alles wat hem heilig is. De doodsbedreigingen die Van Gogh ontvangt neemt de filmmaker niet serieus. Hij weigert beveiliging. Zegt dat niemand een man wil vermoorden die zichzelf de dorpsgek van Nederland noemt.
Vijftien minuten
Die ochtend van 2 november 2004 haalt Bouyeri Van Gogh in op de Linnaeusstraat. Hij trekt zijn pistool en opent het vuur. De eerste kogels treffen Van Gogh in zijn rug. Hij valt van zijn fiets, strompelt naar de overkant, rent om een geparkeerde auto heen. Zijn longen branden. Dan zakt hij in elkaar op het fietspad.
Bouyeri loopt naar hem toe. Kalm. Beheerst. Van Gogh heft zijn handen. Zijn laatste woorden, volgens ooggetuigen: 'Genade, genade. We kunnen er toch over praten?' Er is geen genade. Bouyeri schiet nog vijf kogels, trekt een kukri, een kapmes met gebogen lemmet, en snijdt Van Goghs keel door. Dan steekt hij het mes in de borst van de filmmaker, met daaraan een brief van vijf pagina's. Een doodsvonnis, gericht aan Ayaan Hirsi Ali.
Een ooggetuige roept: 'Dit kan toch niet, dit kun je toch niet maken.' Bouyeri antwoordt: 'Dat kan ik wel. En dan weten jullie ook wat je te wachten staat.'
Een natie verscheurd
Binnen het uur weet heel Nederland wat er is gebeurd. Die avond verzamelen duizenden mensen zich op de Dam, kaarsjes branden voor de vrijheid van meningsuiting. Maar de spanning is voelbaar. In de dagen die volgen worden moskeeën in brand gestoken. In Uden brandt een islamitische basisschool volledig uit. Op muren verschijnen leuzen.
Mohammed Bouyeri wordt in juli 2005 veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Tijdens het proces toont hij geen berouw. Zegt dat hij het opnieuw zou doen. Zegt tegen de moeder van Van Gogh dat hij haar pijn niet voelt. Ayaan Hirsi Ali duikt onder, emigreert uiteindelijk naar de Verenigde Staten. De AIVD krijgt meer bevoegdheden. De beveiliging van politici wordt aangescherpt.
Waarom dit kwartier beslissend was
Op 2 november 2004 verandert het Nederlandse zelfbeeld voorgoed. De gedachte dat tolerantie een schild is tegen geweld, dat controverse een spel is zonder dodelijke inzet, die illusie sterft die ochtend in de Linnaeusstraat. Het debat over integratie, islam en vrijheid van meningsuiting verhardt in de jaren die volgen. Politici als Geert Wilders bouwen carrières op de erfenis van die ochtend. De scheidslijnen die 2 november 2004 blootlegt, lopen nog altijd door de Nederlandse samenleving.
Een filmmaker fietste door Amsterdam, zoals elke andere dinsdagochtend. Vijftien minuten later was niets meer hetzelfde.