Op Mehrabad Airport in Teheran landt een Air France Boeing 747 — en begint een revolutie die het Midden-Oosten voorgoed verandert
Het is negen uur in de ochtend. Mehrabad Airport, Teheran. De luchthaven is een bedevaartsoord geworden. Al voor zonsopgang stromen mensen toe — militairen, journalisten, leden van revolutionaire comités, gewone burgers die willen zien wat ze niet kunnen geloven. Buiten de hekken staat de stad in vuur en vlam, figuurlijk en bijna letterlijk. Naar schatting drie tot vijf miljoen mensen hebben Teheran verlaten om de grote uitvalswegen te vullen. Fabrieken zijn dicht. Scholen zijn dicht. Het land staat stil. Ze wachten op één man.
Een vliegtuig vol geschiedenis
Ayatollah Ruhollah Khomeini is zesenzeventig jaar oud. Hij heeft bijna vijftien jaar in ballingschap geleefd, de laatste maanden in Neauphle-le-Château, een klein dorp bij Parijs. Hij heeft nooit een wapen gedragen. Hij heeft nooit een staatsgreep geleid. En toch, terwijl zijn Air France Boeing 747 het Iraanse luchtruim binnenvliegt, is de macht al van het regime gegleden als water van een steen. De sjah is weg. Het leger wankelt. De straat behoort toe aan de revolutie.
Aan boord bevinden zich naast Khomeini's naaste medewerkers naar schatting honderdvijftig journalisten uit de hele wereld. De nacht was lang en onzeker. Tot het laatste moment wist niemand of het Iraanse leger het toestel zou doorlaten. Er waren geruchten dat officieren die de sjah trouw waren gebleven de landingsbaan wilden blokkeren. Ze deden het niet. Ergens boven Iran stelt een journalist de vraag die iedereen bezighoudt: wat voelt u nu u terugkeert naar uw vaderland? Khomeini kijkt hem aan en zegt één woord: "Hich." Niets. Het is het antwoord van een man die al lang verder kijkt dan dit moment.
Negen uur drieëndertig
De wielen raken de landingsbaan. Een golf van geluid trekt door de massa buiten de hekken, een geluid dat geen taal nodig heeft. Het toestel taxiet langzaam naar zijn parkeerplaats. De motoren gaan uit. Op de tarmac staan leden van het revolutionaire comité in een cordon. Cameralichten gaan aan. Ergens in de menigte begint iemand te huilen. Dan huilen er meer. De deur van het vliegtuig gaat open.
Khomeini verschijnt in de deuropening. Zwarte tulband, grijze mantel, witte baard. Hij daalt de trap af, langzaam, iemand ondersteunt zijn arm. Hij kijkt niet naar de menigte, niet naar de camera's. Hij kijkt naar de grond die naderbij komt. Op het moment dat zijn voet de Iraanse grond raakt, is er een fractie van een seconde een bijna absolute stilte. Dan explodeert het geluid. Mensen schreeuwen zijn naam. Allah Akbar. De microfoons van de nieuwszenders raken verzadigd. Aan de andere kant van de wereld, in Washington, kijkt een medewerker van de National Security Council naar de live-beelden. Hij schrijft één zin in zijn rapport: de islamitische revolutie is onomkeerbaar.
De weg naar Behesht-e Zahra
De menigte wil hem aanraken. Het cordon wordt gevaarlijk dun. Er is geen mogelijkheid om per auto naar het centrum te rijden — buiten het hek is geen weg meer, alleen mensen. Een helikopter staat klaar. Terwijl Khomeini wordt weggeleid, stelt een journalist hem opnieuw een vraag: wat gaat u doen? Ditmaal antwoordt hij niet met één woord. Hij zegt: ik zal de overheid benoemen. Over het kabinet van premier Shapour Bakhtiar spreekt hij als een hindernis die weggeruimd moet worden. Bakhtiar, de liberale oud-verzetsman die de sjah als laatste dam tegen de revolutie had aangesteld, hoort het via de radio. Hij heeft nog tien dagen.
De helikopter landt rond half twaalf op Behesht-e Zahra, de grote begraafplaats ten zuiden van Teheran waar de slachtoffers van de revolutie liggen begraven. Khomeini loopt door de stille lanen, knielt, bidt. Dan staat hij op en spreekt tot de honderdduizenden die om hem heen zijn samengestroomd. Hij zegt: dit regime is wettelijk ongeldig. Hij zegt: de islamitische revolutie gaat nu haar tweede fase in.
Wat er begon
Op 11 februari 1979 capituleert het Iraanse leger. Bakhtiar vlucht het land uit — jaren later wordt hij in ballingschap vermoord, in zijn appartement in Parijs. De islamitische republiek wordt op 1 april 1979 bij referendum uitgeroepen. Binnen een jaar beginnen de grootschalige terechtstellingen. Duizenden mensen worden geëxecuteerd, ook progressieven en seculiere revolutionairen die hadden meegedaan aan de opstand. De vrije pers wordt gesloten. Vrouwen worden verplicht de hoofddoek te dragen. Dan begint de oorlog met Irak.
Wat er op 1 februari 1979 op Mehrabad Airport begint, eindigt niet in de zomer van dat jaar. Het eindigt niet in de jaren tachtig. Het eindigt niet in de jaren negentig. Het eindigt niet. Khomeini's woord "hich" — niets — was misschien wel het eerlijkste antwoord dat hij die dag gaf. Voor hem was dit moment slechts een tussenstap. Voor de wereld was het een keerpunt waarvan de gevolgen nog altijd voelbaar zijn, van de Straat van Hormuz tot de onderhandelingstafels in Wenen, van de straten van Teheran tot de geopolitieke berekeningen in Washington.
Vijftien minuten op een vliegveld. Een oude man die een trap afdaalt. En een revolutie die begint.