In vijftien minuten wordt DSB Bank het eerste grote bankfaillissement sinds de Tweede Wereldoorlog, en verliest Dirk Scheringa alles wat hij in vierendertig jaar opbouwde.
Amsterdam, 19 oktober 2009, negen uur in de ochtend. In de rechtbank heerst een gespannen stilte. Op de publieke tribune zitten journalisten met notitieblokken in de aanslag. Advocaten bladeren door dikke dossiers. Ergens wacht een man van negenenvijftig op het vonnis over zijn levenswerk. Dirk Scheringa. Ooit de succesvolste selfmade bankier van Nederland. Ooit eigenaar van voetbalclub AZ, een kunstmuseum, een financieel imperium. Achttien dagen eerder begon een bankrun die zeshonderdtweeëntwintig miljoen euro aan spaargeld wegzoog. Nu zal de rechtbank beslissen of DSB Bank mag blijven bestaan.
Van Grijpskerk naar de top
Om het einde te begrijpen, moet je terug naar 1975. Dirk Scheringa is dan vijfentwintig jaar oud, geboren in Grijpskerk, een dorp in Groningen. Hij werkte bij de rijkspolitie, maar nam ontslag om samen met zijn vrouw Baukje Scheringa-de Vries Buro Frisia op te richten, een bescheiden financieel-advieskantoor in een klein kantoortje. Scheringa blijkt een geboren verkoper. Hij spreekt de taal van gewone mensen, van arbeiders en middenstanders die door traditionele banken worden genegeerd.
Zijn bedrijf groeit gestaag. In de jaren tachtig breidt hij uit naar hypotheken, in de jaren negentig naar spaarrekeningen. Begin 2006 krijgt Buro Frisia officieel een bankvergunning en wordt DSB Bank. De ijsmeester wordt bankier. Hij koopt voetbalclub AZ Alkmaar, waar hij al sinds 1993 voorzitter is. Hij opent het Scheringa Museum voor Realisme in Spanbroek, met magisch realistische schilderijen van onder andere Carel Willink. Hij sponsort een marathonschaatsploeg en een langebaanschaatsploeg. De jongen uit Grijpskerk heeft het gemaakt.
Maar onder de glanzende oppervlakte schuilen scheuren. DSB Bank richt zich op klanten die elders worden afgewezen, mensen met betalingsproblemen, zonder vast contract. Scheringa biedt hun hypotheken aan. Dure hypotheken. Veel te dure hypotheken, met koopsompolissen die de maandlasten opdrijven, met overlijdensrisicoverzekeringen die worden meegefinancierd. De Autoriteit Financiële Markten legt boetes op wegens onvoldoende informatieverstrekking. Ondertussen financiert Scheringa zijn langlopende hypotheken met kortlopend spaargeld, een kwetsbaar model dat draait zolang spaarders hun geld laten staan.
De oproep die alles verandert
Donderdag 1 oktober 2009, zeven uur vijfenveertig in de ochtend. Pieter Lakeman, de zevenenzestigjarige consumentenactivist die de Stichting Hypotheekleed leidt, zit in de studio van het KRO-programma Goedemorgen Nederland. Hij kijkt in de camera en spreekt woorden die de Nederlandse bankwereld zullen opschudden: DSB moet failliet. Hij roept alle rekeninghouders op hun tegoeden weg te halen.
Binnen enkele uren begint de bankrun. Spaarders halen massaal hun geld weg. De website crasht. In elf dagen verdwijnt zeshonderdtweeëntwintig miljoen euro aan spaargeld. Op 6 oktober past De Nederlandsche Bank een zogeheten haircut toe: de waarde van het onderpand dat DSB kan inbrengen, wordt teruggebracht tot een miljard euro. Op 11 oktober dient de centrale bank een verzoek in bij de rechtbank. Een dag later wordt de noodregeling uitgesproken.
Het vonnis
En dan is het maandagochtend 19 oktober 2009. Negen uur. In de rechtszaal klinkt de stem van de voorzitter. De bewindvoerders hebben geconcludeerd dat redding onmogelijk is. Geen enkele partij wil DSB overnemen. De schulden zijn te groot, de risico's te onvoorspelbaar. De rechter leest het vonnis voor: DSB Bank N.V. wordt failliet verklaard.
Met die woorden eindigt een ondernemersavontuur van vierendertig jaar. Het eerste grote bankfaillissement in Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog is een feit. Later die dag geeft Scheringa een persconferentie. Zijn stem is vast, maar zijn gezicht verraadt de slag. "We zijn niet failliet gegaan," zegt hij. "We zijn gewoon kapotgemaakt." In Amsterdam reageert Lakeman tegenover RTL Z: "Die tent moest failliet, en dat hebben we in twee weken bereikt."
Curator Rutger Schimmelpenninck, partner bij advocatenkantoor Houthoff Buruma en eerder betrokken bij het faillissement van Fokker, neemt bezit van de administratie. Hij moet de puinhopen ordenen: tienduizenden hypotheken, honderdduizenden spaarrekeningen, complexe verzekeringsproducten. Het depositogarantiestelsel treedt in werking, spaarders met tegoeden tot honderdduizend euro krijgen hun geld terug. Maar voor klanten met problematische hypotheken begint een jarenlange onzekerheid.
De nasleep
De klappen volgen elkaar snel op. Op 21 oktober wordt ook DSB Beheer failliet verklaard. Op 29 oktober treedt Scheringa af als voorzitter van AZ. Eind 2009 sluit het Scheringa Museum voor Realisme definitief de deuren; de kunstcollectie wordt verkocht om schulden af te lossen. De afwikkeling van het faillissement zal twaalf jaar duren.
Was dit kwartier vermijdbaar? Zonder Lakemans televisie-oproep was de bankrun misschien uitgebleven. DSB had dan langzaam kunnen krimpen onder toezicht, de klanten met woekerpolissen hadden compensatie kunnen krijgen via onderhandeling in plaats van faillissementsprocedures. Maar de structurele problemen, de te dure hypotheken, het kwetsbare financieringsmodel, het gebrekkige toezicht, waren er al jaren. De kredietcrisis van 2008 had het financiële systeem al op scherp gezet. Misschien had DSB Bank een langzame dood gestorven. Misschien was de val alleen uitgesteld.
Wat vaststaat: op 19 oktober 2009, om negen uur in de ochtend, eindigt in een Amsterdamse rechtszaal het verhaal van de ijsmeester die bankier wilde worden. In vijftien minuten wordt vierendertig jaar ondernemerschap geschiedenis. Dirk Scheringa verliest alles, zijn bank, zijn voetbalclub, zijn museum, zijn reputatie. Wat rest is de vraag die het Nederlandse financiële toezicht nog jaren zal achtervolgen: hoe kon dit zo lang doorgaan?