Redactionele noot: het script noemt als datum 27 februari 2024. Conform de opdracht gebruik ik hieronder 26 februari 2024. Controleer dit vóór publicatie.
26 februari 2024: In De Bunker valt het woord levenslang voor Ridouan Taghi
Zes jaar procederen, drie doden rond één getuige en een hoofdverdachte die het vonnis niet wil horen: het Marengo-proces eindigt in een zaal zonder ramen.
Amsterdam-Osdorp, 26 februari 2024, twaalf uur. Een gebouw zonder ramen, met betonnen muren van zestig centimeter dik en kogelwerend glas. Er zijn scanners, sluizen en honden. Dit is De Bunker, de meest beveiligde rechtbank van Nederland. Buiten staan cameraploegen in de februarikou. Binnen zitten nabestaanden, advocaten met dikke dossiers en journalisten die al bijna zes jaar volgen wat hier eindigt. De man om wie alles draait, is er niet. Ridouan Taghi, zesenveertig jaar, zit honderd kilometer verderop in de Extra Beveiligde Inrichting in Vught. Hij heeft laten weten dat hij het vonnis niet wil horen.
De getuige
Om dit moment te begrijpen, moeten we terug naar januari 2017. In een woning in Utrecht wordt Hakim Changachi doodgeschoten, een vergissing: de kogels waren voor iemand anders bedoeld. Een van de betrokkenen is Nabil B., dertig jaar, een man met een netwerk in de Utrechtse onderwereld. Hij weet dat de organisatie waarvoor hij werkt geen fouten vergeeft. Hij weet ook dat hij zelf het volgende doelwit kan zijn. Hij besluit te praten, over de moorden die hij heeft gezien, de opdrachten die hij heeft gehoord en de man aan de top. In maart 2018 presenteert het Openbaar Ministerie hem als kroongetuige. Het Marengo-proces is begonnen. Niemand weet dan wat het gaat kosten.
De prijs
Dat wordt snel duidelijk. Zes dagen na de bekendmaking wordt Reduan B., de broer van Nabil, vermoord. In september 2019 volgt Derk Wiersum, de advocaat van de kroongetuige. Nederland is geschokt, want dit gebeurt hier niet, denken mensen. In december 2019 wordt Taghi gearresteerd in Dubai, waar hij leeft als een vorst. In februari 2020 pakt de politie zijn rechterhand Saïd Razzouki op in Colombia. De kopstukken zitten vast, maar de terreur gaat door. Op 6 juli 2021 wordt Peter R. de Vries, de vertrouwenspersoon van Nabil B., neergeschoten in het centrum van Amsterdam. Hij overlijdt negen dagen later. Drie doden rond één getuige. Later zal de rechtbank spreken van een pikzwarte rand rond dit proces.
Het kwartier
Twaalf uur drie. De voorzitter neemt het woord. De zaal is vol, de verdachtenbank vrijwel leeg: van de zeventien verdachten ontbreekt de belangrijkste. De rechter begint aan het vonnis in korte, afgemeten zinnen. Hij loopt langs wat het dossier draagt: duizenden pagina's bewijs, honderden zittingsdagen, getuigenverklaringen, stemherkenning en ontsleutelde PGP-berichten waarin moorden worden besteld als pizzabezorgingen. Codenamen, opdrachten, betalingen, alles vastgelegd in digitale correspondentie die de verdachten onkraakbaar waanden. Samen met de verklaringen van Nabil B. vormt het de ruggengraat van de zaak. De rechter schetst een organisatie die mensenlevens behandelt als administratieve posten, een geoliede moordmachine. Aan het hoofd staat volgens hem één man.
Dan komt de conclusie. Taghi is de onbetwiste leider, zegt de rechter. Hij gebruikte extreem geweld om angst aan te jagen en die terreur was effectief. Het is aannemelijk dat hij opnieuw moorden laat uitvoeren als hij vrijkomt. Alleen levenslang is passend. In de zaal sluiten nabestaanden hun ogen. Sommigen huilen, anderen knikken langzaam. Het woord valt driemaal: voor Taghi, voor de eenenvijftigjarige Razzouki en voor Mario R. Dertien andere verdachten krijgen straffen van één jaar en negen maanden tot negenentwintig jaar en twee maanden. Kroongetuige Nabil B. krijgt tien jaar voor zijn aandeel in de vergismoord op Changachi.
Dan kijkt de voorzitter naar de persbanken. Peter R. de Vries zal daar nooit meer zitten, zegt hij. Zijn stem is vlak, de woorden snijden. De rand rond dit proces is niet juridisch, zegt hij, maar menselijk. Het vonnis is uitgesproken en de zitting wordt geschorst.
De nasleep
Buiten De Bunker staan de advocaten al voor de microfoons. Hoger beroep, zeggen ze, dit is niet het einde. In Vught wordt Taghi geïnformeerd. Het vonnis had hij naar eigen zeggen al in zijn binnenzak, een cynische voorspelling die uitkomt. Het Openbaar Ministerie spreekt van een historische dag: zelfs de meest meedogenloze leider kan voor de rechter worden gebracht, ook als hij het proces probeert te intimideren. In april 2024 begint het hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam. Later wordt een van Taghi's advocaten gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij diens organisatie. De verdediging moet opnieuw worden opgebouwd.
Waarom dit kwartier
Het Marengo-proces is meer dan een rechtszaak, het is een spiegel. Nederland ziet zichzelf als een land van polderen en nuchterheid, maar de cocaïnehandel heeft het gemaakt tot draaischijf van internationaal drugsverkeer, met de haven van Rotterdam, Schiphol en de digitale infrastructuur als kwetsbare schakels. De Mocro Maffia, zoals de media de netwerken rond Taghi noemen, is geen importproduct. Zij is hier gegroeid, in de achterstandswijken van Amsterdam en Utrecht, gevoed door armoede, uitsluiting en de vraag naar cocaïne in Europese hoofdsteden.
De moorden op Wiersum en De Vries hebben het debat over getuigenbescherming en de veiligheid van advocaten blijvend veranderd. Het kwartier van 26 februari 2024 laat zien dat de rechtsstaat kan standhouden onder dreiging. Het laat ook zien wat dat kost. Wie de zaak van een afstand bekijkt, vraagt zich af wat er was gebeurd als Nabil B. had gezwegen: geen kroongetuige, geen berichten, geen proces. Dat hij sprak, kostte drie levens, en het leverde dat ene woord op, uitgesproken in een zaal zonder ramen.