In een half uur ondertekent een oude maarschalk zijn eigen verslagen — en besegelt het lot van Europa.
Het is half twaalf 's ochtends in Berlijn. De winterlucht boven de Wilhelmstraße is grijs en vochtig. In de Rijkskanselarij, een gebouw van zware deuren en hoge plafonds, wacht een kleine groep mannen in donkere pakken. Paul von Hindenburg, vijfentachtig jaar oud, rijkspresident van Duitsland en oorlogsheld van een voorbij eeuw, zit achter zijn bureau. Voor hem ligt de pen. Aan zijn linkerzijde staat Adolf Hitler, drieënveertig jaar oud, leider van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij. In het volgende kwartier zal Hindenburg Hitler tot Rijkskanselier benoemen. De geschiedenis zal dit moment — 30 januari 1933, half twaalf 's ochtends — identificeren als het moment waarop de Europese democratie begint te sterven.
De Weimarrepubliek is in januari 1933 een systeem op zijn laatste adem. Zes miljoen Duitsers zijn werkloos. De Grote Depressie heeft het land verwoest. In de straten van Berlijn groeit extremisme aan beide zijden: de communisten links, de nazi's rechts. Het midden — de democratische krachten — is versleten. Drie opeenvolgende kanseliers hebben in drie jaar tijd via nooddecreten van de president geregeerd. Het parlement functioneert niet meer. En nu, in januari 1933, is geen enkele regering mogelijk zonder het steun van Hitlers NSDAP, de grootste partij in de Rijksdag.
Hindenburg veracht Hitler. Hij noemt hem "die Beierse korporaal" — een titel vol minachting voor de man die hij voor ongeschikt acht. Maar Hindenburg is oud, vermoeid, en omgeven door mannen die hem anders adviseren. Franz von Papen, voormalig kanselier en aristocraat, heeft hem weken lang bewerkt. Von Papen is ervan overtuigd dat hij Hitler kan manipuleren, kan inkaderen. In het nieuwe kabinet zullen slechts drie nationaalsocialisten zitten tegenover acht conservatieven. Zo redeneren Papen en zijn medewerkers: wat kan er misgaan? Von Papen zal vicekanselier zijn. Von Papen zal de werkelijke macht hebben.
Op de ochtend van 30 januari 1933 verzamelen de ministers zich in de Rijkskanselarij. De ceremonie is kort. Hindenburg benoemt Hitler tot Rijkskanselier van Duitsland. Hitler legt de eed af op dezelfde grondwet die hij veracht, dezelfde grondwet die hij zal vernietigen. Ze schudden handen. Het is voorbij. In negentien minuten is een nieuw Duitsland geboren.
Die avond marcheren duizenden leden van de SA, de paramilitaire knokploeg van de nazi's, met brandende fakkels door Berlijn. Ze passeren de Brandenburger Tor, een stoet van vlammen en gesloten rijen. Boven in de Rijkskanselarij staat Hitler achter een verlicht raam. Hij kijkt naar beneden, naar zijn mannen, naar zijn macht. Een paar honderd meter verderop, in het huis van de president, zit de oude Hindenburg. Volgens sommige getuigen tikte hij op de maat van de marsmuziek. Misschien zag hij troepen die terugkeerden van het front. Of misschien zag hij alleen wat hij wilde zien: het verleden.
Wat maakt 30 januari 1933 zo beslissend? Het is niet de revolutie. Het is het tegendeel. Hitler komt niet aan de macht door geweld of staatsgreep. Hij wordt benoemd. Legaal. Volgens de regels. Dit is zijn genie: hij vernietigt de democratie met de democratie zelf. De conservatieve elite gelooft dat het hem onder controle houdt. Papen verklaart later: "Over twee maanden hebben we Hitler zo in een hoek gedrukt dat hij piept." Het is een van de grootste misinschattingen van de twintigste eeuw.
De gevolgen volgen snel. Op 27 februari brandt het Rijksdaggebouw af. Hitler grijpt het moment. De grondwetsrechten worden opgeschort. Oppositie wordt crimineel gemaakt. In maart neemt Hitler het Ermächtigungsgesetz aan — de Wet op de Volmachten — die hem dictatoriaal vermogen geeft. Tegen mei 1933 is de democratie dood. Niet door revolutie. Door legaliteit. Door een handtekening.
Hindenburg zou nog negen maanden leven. Toen hij in augustus 1934 stierf, had Hitler zich al tot Führer benoemd — niet kanselier, maar dictator. Von Papen, die dacht Hitler in te kaderen, zou decennialang in Hitlers schaduw blijven leven, beschaamd en gemarginaliseerd. Zijn plan om Hitler te controleren was geen strategie. Het was wensdenken.
Wat gebeurde er op 30 januari 1933 in die drie tot vijftien minuten in de Rijkskanselarij? Een bejaarde maarschalk ondertekende de papieren waarmee hij de toekomst uit handen gaf. Hij dacht stabiliteit in te stellen. Hij zegelde instabiliteit in. De geschiedenis zou dit moment kennen als het moment waarop Europa zijn ondergang begon in te zeggen — niet door verrassing, maar door verblinding.