Om 8:46 uur boort een vliegtuig zich in de Noordtoren. Als zeventien minuten later de tweede inslag volgt, weet de wereld: dit is geen ongeluk.
De zon staat laag boven Manhattan. Een strakblauwe hemel, geen wolkje te zien. Op de stoepen haast de ochtendspits zich richting kantoor, koffiebekers, aktentassen, het geroezemoes van een stad die ontwaakt. Hoog boven de straten, op de honderdste verdieping van de Noordtoren van het World Trade Center, beginnen de eerste werknemers aan hun dag. Sommigen zetten hun computers aan. Anderen wachten op de lift. Dan. Een geluid. Laag. Aanzwellend. Het janken van straalmotoren. Veel te dichtbij. Om 8:46 uur boort American Airlines Vlucht 11 zich in de toren, tussen de drieënnegentigste en negenennegentigste verdieping. Een explosie van vuur, staal en glas. De klok begint te lopen.
De aanloop
De operatie die deze ochtend haar climax bereikt, is jarenlang voorbereid. Osama bin Laden, de rijke Saoediër die al-Qaeda in 1988 oprichtte, koestert één obsessie: het verdrijven van Amerika uit de islamitische wereld. De aanwezigheid van Amerikaanse troepen op Saoedische bodem tijdens de Golfoorlog beschouwt hij als ontheiliging. In de jaren negentig slaat al-Qaeda herhaaldelijk toe, een bomaanslag in de parkeergarage van datazelfde World Trade Center in 1993, bommen bij Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania in 1998, een aanval op het marineschip USS Cole in 2000, maar telkens ontsnapt bin Laden. Vanuit grotten in Afghanistan, beschermd door het Taliban-regime, plant hij zijn grootste slag.
Negentien kapers infiltreren de Verenigde Staten. Sommigen volgen vlieglessen in Florida en Arizona. Ze leren opstijgen, maar niet landen. In de vroege ochtend van 11 september 2001 verzamelen zij zich op drie luchthavens aan de oostkust. Mohamed Atta, drieëndertig jaar oud, is hun leider. Om 7:59 uur stijgt Vlucht 11 op vanuit Boston. Vijftien minuten later volgt United Airlines Vlucht 175. Om 8:20 uur vertrekt Vlucht 77 vanuit Washington Dulles. Om 8:42 uur, met vertraging, Vlucht 93 vanuit Newark.
Het beslissende kwartier
Om 8:24 uur horen luchtverkeersleiders in Boston een vreemde uitzending. Mohamed Atta heeft per ongeluk op de verkeerde knop gedrukt, hij wilde de passagiers toespreken, maar zendt uit naar de verkeerstoren. De Air National Guard wordt gealarmeerd, maar de F-15 gevechtsvliegtuigen zijn te laat.
Na de eerste inslag zoomen camera's in op de rokende gevel. Nieuwszenders onderbreken hun programmering. Een ongeluk, denken de eerste commentatoren. Een klein vliegtuig, misschien. In de toren, boven de inslagzone, zitten honderden mensen vast. Sommigen bellen hun familie om afscheid te nemen.
Om 9:03 uur kijken miljoenen Amerikanen live mee als een tweede vliegtuig in beeld verschijnt. United Airlines Vlucht 175, bestuurd door kaper Marwan Al-Shehhi, nadert vanuit het zuiden. Laag. Snel. Te snel. De Boeing 767 raakt de Zuidtoren tussen de zevenenzeventigste en vijfentachtigste verdieping. Een oranje vuurbal schiet door de gevel naar buiten. Op dat moment weet de wereld: dit is geen ongeluk. Dit is een aanslag.
De uren erna
De chaos verspreidt zich. Om 9:37 uur slaat Vlucht 77 in op het Pentagon. Om 9:59 uur valt de Zuidtoren, honderdtien verdiepingen staal en beton zakken in op zichzelf. Een muur van stof raast door de straten van Lower Manhattan.
Om 10:02 uur stort Vlucht 93 neer in een veld bij Shanksville, Pennsylvania. De passagiers en bemanningsleden hebben teruggevochten. Via telefoons hoorden ze wat er in New York was gebeurd. Ze begrepen dat hun vliegtuig ook een wapen was. Ze stemden. Ze vielen aan. De kapers, onder wie piloot Ziad Jarrah, verloren de controle. Vierenveertig doden. Geen overlevenden. Maar ook: geen derde doelwit in Washington.
Om 10:28 uur valt de Noordtoren.
Waarom dit kwartier beslissend was
Bin Laden geloofde dat Amerika, geconfronteerd met massale slachtoffers, zich zou terugtrekken. Hij vergiste zich. De reactie was geen terugtrekking, maar een oorlog die twintig jaar zou duren. Binnen een maand vielen Amerikaanse troepen Afghanistan binnen. Het Department of Homeland Security werd opgericht. De Patriot Act gaf opsporingsdiensten ongekende bevoegdheden. Op luchthavens verschenen controles die nooit meer verdwenen.
In die zeventien minuten tussen de eerste en tweede inslag, terwijl de wereld nog dacht aan een tragisch ongeluk, stortte de illusie van Amerikaanse onaantastbaarheid in. Het beslissende kwartier van 11 september 2001 definieerde niet alleen een dag, maar een eeuw.